Doorgaan naar hoofdcontent

Godfried Bomans. Beminde gelovigen. Amsterdam: Ambo, 1970

Sommige boeken zijn zo slecht uitgegeven dat ze voor altijd dreigen te verdwijnen in de mist. Beminde gelovigen van Godfried Bomans is zo'n boek.

Het moet een verzameling columns zijn – de stukjes zijn kort en hij legt soms dingen uit die hij in een eerder stukje ook al heeft uitgelegd, zodat je vermoed dat die stukjes ooit op zichzelf hebben moeten staan –, maar je komt er niet achter waar die stukjes dan verschenen zijn. Vermoedelijk is het een katholiek blad geweest, want de meeste stukjes gaan over het geloof, maar ook weer net niet allemaal, odat je niet kunt denken dat het een thematische keuze is uit stukjes over dit onderwerp. Het zijn dus stukjes uit een medium waarin het natuurlijk was dat Bomans over het geloof schreef.

En dat deed hij goed. De stukjes geven een aardig beeld van met name het Hollandse katholicisme in de jaren twintig – de tijd van Bomans' jeugd. Zijn vader was een prominent in dat wonderlijke milieu en Bomans schrijft er geestig en nostalgisch en afstandelijk en ernstig tegelijk over: de tompoes die je met Pasen kreeg en die eigenlijk dan vooral een teleurstelling was omdat je je er tijdens veertig dagen vasten enorme voorstellingen van had gemaakt, de bedevaart die er met school werd gemaakt naar een onduidelijke bedevaartsplaats in Noord-Holland, de priesters die kinderen wel vragen stelden maar niet naar het antwoord luisterden.

Een enkele keer houdt hij zich ook bezig met actuele kwesties in het katholicisme. Dat betekende in 1970 natuurlijk vooral het protest van 'kritische' katholieken. Bomans laat zien dat hij met al zijn eigen bedenkingen bij het geloof helemaal niet automatisch aan de kant van die critici gaat staan die voor hem weer te weinig oog hebben voor het mysterie van het geloof.

Jammer dat je zo'n boek nu nergens meer kunt krijgen, behalve tweedehands.

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …