Doorgaan naar hoofdcontent

Antoon van Hooff. Marcus Aurelius. De keizer-filosoof. Amsterdam: Ambo, 2012.

Er zijn weinig keizers uit de oudheid die we zo intiem kennen als Marcus Aurelius. Dat komt doordat hij een geschrift heeft nagelaten waarvan je redelijker wijs kunt vermoeden dat hij het schreef voor zichzelf, een soort dagboekje met vermaningen om tijdens alle gedoe (keizer zijn betekent: te maken hebben met gedoe) de stoïcijnse wijsheid te blijven beminnen. Daarnaast hebben we dan ook nog een uitgebreide en redelijk openhartige correspondentie tussen Marcus en zijn leermeester.

We kennen niemand zo intiem en toch spat de wanhoop van de pagina's van deze biografie die Antoon van Hooff van Keizer Marcus schreef: hoe krijg ik deze pagina's toch gevuld? Hij haalt er van alles en nog wat bij — tijdgenoten van Marcus die een mening hadden over het leven, Van Hooffs eigen moeder die ooit op school een boekje over heiligen had gelezen, en wat niet al. Sommige van die dingen zijn op zich nog wel interessant ook, mar omdat je de indruk hebt dat ze vooral de bladzijden moeten vullen, raken ze minder.

Een probleem is daarbij dan ook nog dat de meditaties van Marcus Aurelius zelf nog steeds te lezen zijn zonder voetnoten of historische context. Je kunt ze alleen nog een leer in je eigen woorden samenvatten, maar daar heeft niemand wat aan.

Ik lees zulke observaties in ieder geval vooral alsof ze tussen haakjes staan: oppervlakkiger, ongeduldig wachtend tot het echte verhaal wordt voortgezet.

Maar dat echte verhaal blijft dus dun. We hebben die stoïcijnse aantekeningen en die correspondentie, en Marcus publieke daden zijn beter gedocumenteerd dan die van welk van zijn tijdgenoten ook, en toch weet Van Hooff hem niet dichterbij te krijgen.

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …