Doorgaan naar hoofdcontent

Erik Jan Harmens. Hallo muur. Lebowski Publishers, 2015.

Sommige mensen lezen om zich te identificeren – ze hebben bijvoorbeeld een gebroken been en lezen dan over iemand die ook zijn been gebroken heeft. Dat motief heb ik niet, ik heb slechts zelden het idee dat ik een boek mooi vind omdat ik me zo goed in de protagonist of in de schrijver kan verplaatsen.

Bij Hallo muur had ik dat gevoel van identificatie veel meer. Terwijl mijn achtergrond een heel andere is – mijn ouders zijn niet gescheiden, mijn vader is geen alcoholist – en mijn geschiedenis ook een heel andere – ik heb wel gestudeerd, ben niet zwaar aan de drank gegaan, heb geen kinderen, en ben ook geen podiumdichter geworden. Toch had ik op een wonderlijke manier het idee dat ik me in Erik Jan Harmens, de hoofdpersoon van deze roman, kon verplaatsen.

Voor een deel komt het misschien doordat hij ongeveer even oud is als ik en zijn leven dus in ieder geval in tijd en ruimte tamelijk parallel is. Maar het komt vooral door een toon, een manier van naar de werkelijkheid kijken, die me erg bevalt – de droge, kalme melancholie vooral die over het hele boek hangt. Je hebt de keus nog niet gemaakt om niet meer te drinken en je voelt al dat je daarmee toch ook iets afsluit. Je gaat scheiden terwijl je weet dat het ellende is. En dan het schuldgevoel, dat ervoor zorgt dat jij maanden lang bij je moeder op een matrasje gaat wonen na de scheiding, hoewel het helemaal niet duidelijk is waar jij dan schuldig aan bent.

Het lezen van Hallo muur is daarmee een heel bevredigende ervaring – ineens begrijp je waarom mensen zo graag boeken lezen waarmee ze zich kunnen identificeren. Het is een soort lezen waardoor je leven ineens verbreed wordt: als ik een alcoholische vader had gehad, als ik in kringen was gekomen waar veel gedronken wordt, dan had ik het ook op een zuipen gezet. De vrouwen die ik in mijn leven ben tegengekomen waren heel anders dan Erik Jans Lieke, maar als ik haar was tegengekomen en zij had ook wat in mij gezien, dan was het ook zo gegaan.

Ik ben Erik Jan Harmens gevangen in het lichaam van Marc van Oostendorp.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…