Doorgaan naar hoofdcontent

Jan Assmann. The Price of Monotheism. Stanford: Stanford University Press, 2010

Vertaling: Robert Savage

Wat deed het monotheïsme van Mozes en de joden en christenen (en moslims) onderscheiden van de 'kosmotheïstische' godsdiensten die ervoor kwamen? Volgens de Duitse egyptoloog Jan Assmann is het belangrijkste verschil niet: één god tegenover meerdere goden. Ook het Christendom heeft in zekere zin meerdere goden, ook de Egyptenaren en de Grieken dachten soms dat alle goden 'eigenlijk' verschijningsvormen waren van de Ene. Het ware verschil is: volgens het monotheïsme zijn er verkeerde, foute goden, zaken waarin je niet moet geloven, terwijl in kosmotheïstische godsdiensten je iedere vreemde god kunt accepteren.

Het is dat verschil dat zo'n enorme aversie over en weer heeft afgeroepen, volgens Assmann. Het monotheïsme is inherent intolerant tegenover andere goden, omdat die immers verkeerd zijn. Het kosmotheïsme voelt zich daar op zijn manier door bedreigd.

The Price of Monotheism is opgezet als een reactie op felle kritiek die Assmann kennelijk heeft gekregen op een eerder boek dat hij schreef over Mozes de Egyptenaar en waarin hij een soortgelijke stelling uiteenzette. Een beetje zoeken op internet leert dat die kritiek inderdaad niet mals was, ook niet op dit vervolg trouwens: zijn tegenstanders verweten hem bijvoorbeeld dat hij zegt dat de joden het antisemitisme zelf hebben opgeroepen. Mij lijkt dat een volkomen absurde kritiek: dat het eengodendom incompatibel is met meergodendom is evident, dat de 'uitvinders' van dat eengodendom dus in conflict komen met de meergodendommers ook, maar dat betekent natuurlijk nog niet dat ze duizenden jaren vervolging over zich afroepen. En ik zie ook niet dat Assmann dat beweert.

Met veel instemming las ik het hoofdstuk waarin Assmann het boek van Sigmund Freud, De man Mozes en het monotheïsme aanhaalt: dat boek is ook mij altijd bijgebleven als een in ieder geval heel vernuftige analyse van de uitvinding van het monotheïsme. Een bijgevolg van deze uitvinding was, volgens Freud én Assmann, dat het goddelijke en het wereldlijke uit elkaar getrokken werden. De goden zijn overal in de wereld, maar de Ene is in veel opzichten gescheiden van de wereld, Iets waar je als mens alleen naar kunt streven. Volgens Freud had dit – en bijvoorbeeld ook het verbod op het maken van afbeeldingen – enorm gunstige gevolgen voor het intellectuele leven, waarin de Joden voortrekkers waren.

Assmann is het daarmee eens, en ziet de opkomst van het monotheïsme als een stap die zelfs als we zouden willen niet meer kan worden teruggezet, maar het is interessant dat hij daarbij ook de nadelen van dat monotheïsme – de onverdraagzaamheid – naar voren brengt. Net zoals het interessant is dat we duizenden jaren na Exodus het onderliggende conflict nog steeds niet hebben opgelost.


Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…