Doorgaan naar hoofdcontent

Kalle Kniivilä. Krimeo estas nia. Reveno de la imperio. Nov-Jorko: Mondial, 2015.

Het is alweer ruim een jaar geleden dat Rusland nauwelijks verhuld Oekraïne binnenviel en een deel ervan bezette – de Krim. Sindsdien lees je niet veel meer over dat gebied: wat gebeurt er? Wat vinden de mensen daar er zelf eigenlijk van? Hoe staan de verschillende groepen – de Oekraïners, de Russen, de Tataren – eigenlijk tegenover elkaar.

De Zweedse journalist Kalle Kniivilä zocht het uit, vooral door in het najaar van 2014 enige tijd ter plekke te verblijven en met allerlei mensen te spreken. Het is prettig om een en ander nu eens niet in een krantenartikel maar met de adem van een boek te kunnen lezen, en Kniivillä sprak een breed palet van mensen: van de journalisten voor de Tataarse zender die zich gedwongen hebben gevoeld om alles achter te laten en naar Kiev te vertrekken, ook al moeten ze daar ook helemaal opnieuw beginnen, tot de hoogleraar van het anatomisch instituut die ongeveer in extase raakt als ze over de onvoorstelbare eerlijkheid en daadkracht van Poetin spreekt, die eigenhandig aan alle misverstanden een einde zal maken.

In september vorig jaar waren er betrekkelijk veel mensen vóór de aansluiting; misschien omdat ze terugverlangden naar de Sovjetunie, misschien omdat ze deel wilden uitmaken van de winning team, misschien omdat ze het anders ook niet wisten. Inmiddels is het waarschijnlijk al anders, zegt Kniivilä, nu de waarde van de roebel zo gezakt is, het regime niet vriendelijker is geworden, en het zo moeilijk is om contact te hebben met de buitenwereld (je kunt alleen in Silferopol komen via Moskou).

Sowieso: Kniivilä laat iedereen aan het woord, en zo krijg je een breed palet aan meningen voorgeschoteld, maar hij verhult daarbij niet dat hij zelf maar weinig sympathie heeft voor de propaganda van Poetin. Degene die deze propaganda herhaalt, wordt (in de tekst van het boek) af en toe onderbroken om de feiten te geven. Voor mij was dat minder nodig geweest, die verhalen spreken allemaal wel voor zichzelf. Of eventueel hadden de feiten ergens anders genoemd kunnen worden.

Maar dat is ook de enige kritiek die ik heb, want verder is Kniivilä een correspondent zoals deze horen te zijn: hij is een buitenstaander maar weet zich snel binnen te werken en bovendien weet hij met een paar details – een afgebladderd naambordje, een duik in veel te koud water in een badplaats – de sfeer van grijze uitzichtloosheid goed neer te zetten. Mooi boek, nu wil ik zijn boek over Russische Poetin-aanhangers ook snel lezen.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…