Doorgaan naar hoofdcontent

Philip Roth. The Anatomy Lesson. Farrar, Straus & Giroux, 1983

Nathan Zuckerman heeft, zoals iedere lezer van Philip Roth weet, een boek geschreven, Carnovsky, dat een rauwe en humoristische tirade is tegen het burgerlijke joodse leven in New York. Zijn vader is niet lang daarna gestorven – volgens zijn broer omdat hij de schande van Carnovsky niet kon verdragen – en op zeker moment sterft ook zijn moeder.

Daarna stort Zuckerman in elkaar, en anderhalf jaar later begint The Anatomy Lesson. De schrijver kan nauwelijks nog bewegen en zeker niet meer schrijven door de pijn in zijn schouder, hij brengt zijn dagen liggend door op een matje op de grond. Er zijn weliswaar vier vrouwen die zich om hem op de een of andere manier om hem bekommeren, zijn 'harem', maar met die vrouwen is ook allemaal wat mis. Hij neemt bovendien gaandeweg steeds meer drugs en drank om de pijn te onderdrukken.

Dan ontstaat ineens een zweterig, koortsachtig plan bij hem op: hij gaat arts worden! Hij is weliswaar net veertig geworden, en zal dus tegen de vijftig zijn voor hij kan gaan werken, maar zo neemt zijn leven een andere wending! Niet meer de eenzaamheid van de schrijfkamer! Niet meer het steeds verkeerd begrepen worden! Hij gaat terug naar Chicago, waar hij ook als jonge man gestudeerd heeft. Daar begint hij zich onder invloed van de pijn en de drugs steeds vreemder te gedragen, maakt zijn chauffeuse wijs dat hij de eigenaar is van een pornoblaadje, gaat met de vader van een schoolvriend naar een kerkhof en belandt daar uiteindelijk met zijn kaak op een grafsteen.

Ik heb al tweeëneenhalf jaar geen Roth meer gelezen, het was even net alsof het feit dat de grootmeester er zelf mee opgehouden was ook voor mij een teken was om me uit zijn wereld terug te trekken. Maar dat is onzin – ik heb nog lang niet alles gelezen, ik verveel me nooit bij een Roth-boek, en zou zelfs inmiddels sommige boeken weleens willen herlezen. Zoals mijn favorieten, ook weer Zuckerman-boeken, maar latere Zuckerman-boeken, die laten zien wat een belangrijke schrijver de would be-anatoom toch nog werd, zoals American Pastoral en The Human Stain.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…