Doorgaan naar hoofdcontent

Tjitske Jansen. Voor altijd voor het laatst. Amsterdam: Querido, 2015.

Op het omslag van Voor altijd voor het laatst is sprake van de 'vorige bundels' van Tjitske Jansen, en op de een of andere manier raak je daar toch door beïnvloed: het ziet er wel uit als proza, het lijkt ook bovendien een weliswaar ietwat brokkelig – maar lang niet zo brokkelig als het proza van Gerrit Krol – verhaal te vertellen, een autobiografisch verhaal bovendien, over een klein meisje –, maar kennelijk is het als poëzie bedoeld, of als vervolg op de poëzie.

En dat irriteert mij dan even. Want het proza is proza, zo heel veel meer zorg lijkt er niet aan besteed dan een andere prozaschrijver besteedt aan zijn proza, wat denkt die Jansen wel?

Maar gaandeweg raakte ik meegesleept en overtuigd. Het zijn niet alleen maar persoonlijke beslommeringen over een jeugd in de nieuwbouwwijk: hier wordt een heel leven tot nu toe (Jansen is een paar jaar jonger dan ik) verteld, een leven met een aantal ingrijpende gebeurtenissen (niet overdreven veel, maar ook niet niks), maar de toon is op de een of andere manier heel zuiver. Ze zegt de dingen wel degelijk mooi en helder, ze observeert goed. Ze vertelt bijvoorbeeld dat ze haar vader een keer een verjaardagscadeau bracht en toen merkte dat hij dat cadeau niet wilde hebben. Dat ze toen onmiddellijk samen met hem een ander cadeau is gaan kopen, en daarna nog een tijd bij hem thuis heeft gezeten" "Ik haalde het er meteen weer uit," schrijft ze dan, "omdat ik aan mijn vader zag dat hij het jammer vond als ik het cadeau weer mee naar huis nam. Ik heb onthouden dat ik eerst heb gezien dat mijn vader niet blij was met zijn cadeau. Ik heb onthouden dat ik een paar uur later zag dat hij was begonnen zich eraan te hechten. Maar wát ik heb gezien, uit welke observaties ik mijn conclusies trok, heb ik niet onthouden."

(Het volkomen door elkaar gebruiken van voltooid tegenwoordige en onvoltooid verleden tijd hoort trouwens op de een of andere manier heel erg bij de stijl van Jansen.)

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …