Doorgaan naar hoofdcontent

Eva Cantarella. Perfino Catone scriveva ricette. I greci, i romani e noi. Milano: Feltrinelli, 2014.

Wet nummer één van de popularisering lijkt mij: zeg nooit aan het begin van je poging dat je nu gaat populariseren. Op die mededeling zit niemand te wachten, ze maakt alleen maar ongewenst duidelijk dat je eigenlijk heel geleerd bent en dat hetgeen je nu gaat doen eigenlijk veel te simpel is. Eigenlijk is een goede popularisering helemaal niet populariserend in de zin dat ze een bevinding uit de bestaande literatuur neemt en deze 'toegankelijk maakt voor een groot publiek'. Goede popularisering verrast, net als iedere goede tekst, ook de auteur.

Enfin, Eva Cantarella overtreedt deze regel in haar voorwoord en de uitgever in zijn flaptekst. Ze wijst erop dat dit niet alleen — heel bijzonder — een boek is zonder voetnoten, maar zelfs een boek met allerlei voor de krant geschreven stukjes. Jarenlang schreef Cantarella, ze is van 1937 en van huis uit specialiste in het recht van de klassieke Oudheid, korte stukjes voor de Corriere della Sera over van alles en nog wat in de Oudheid. Die stukjes zijn hier gebundeld.

Ze mag dan die ene wet overtreden, maar verder is het prima gedaan. Het zijn korte, luchtige en toch leerzame stukjes voor onder de olijfboom. Je moet ze misschien niet allemaal achter elkaar lezen, maar telkens een stuk of tien, dan is het voor de historisch geïnteresseerde goed te doen.

Natuurlijk heeft ze haar specialiteiten. Ze schrijft veel meer en beter over de Romeinen dan over de Grieken. En het interessantst zijn de stukjes die duidelijk en blijkens haar bibliografie het dichtst in haar buurt liggen: over het recht, over de dagelijkse sociale omgang, over vrouwen en gender. Het is soms een beetje verwarrend dat alle perioden door elkaar behandeld worden, maar toch ontstaat daarbij een genuanceerd beeld: dat hoe macho die Romeinen ook waren, niemand er vreemd van opkeek als een senator bij zijn dood een verzameling vrouwenkleren naliet. En dat ook vrouwen een enkele keer in opstand kwamen tegen hun beperkte rol.

Het brengt die tijd wat dichterbij. Leve de popularisering!

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…