Doorgaan naar hoofdcontent

Gabriel García Marquez. Die Liebe in den Zeiten der Cholera. Köln: Kiepenheuer & Witz, 2012 (1985).

Vertaling: Dagmar Ploetz

Zou mijn leven anders zijn gelopen als ik dit boek al bij verschijnen, dertig jaar geleden, had gelezen? Het is tijden geleden dat een boek zoveel indruk op me heeft gemaakt. Terwijl er in de tussentijd toch ook heus andere boeken zijn geweest die me geraakt hebben, die me zelfs diep geraakt hebben. Maar niet zoals dit, zo'n ouderwetse leeservaring dat je het idee hebt dat ieder woord dat je leest meteen in je geheugen en in je ziel gegrift wordt.

Het is een liefdesverhaal, en wel een liefdesverhaal over échte liefde die alles overwint, of in ieder geval de zo meedogenloze tijd. Maar tegelijkertijd zitten er genoeg bittere kantjes aan die liefde om je als lezer geen zorgen te maken of het geen zoete kitsch is die je zit te lezen: met name de mannelijke minnaar, die vijftig jaar op de ware liefde heeft gewacht, gooit na afloop van die vijftig jaar wel erg rücksichtslos de gevoelens van het meisje dat hem troostte aan de kant. En sowieso heeft de liefde, met de almaar opduikende vergelijking met de cholera, vanzelf iets sinisters.

Maar het is allemaal zo beeldend opgeschreven, en zo rijk van stijl en van ideeën en van gevoelens en van gedachten, het is een wereld. Ik weet niet of ik er dertig jaar geleden al zo gevoelig voor zou zijn geweest als ik nu kennelijk was – de afgelopen tien jaar ben ik er vaker aan begonnen, maar kwam toen nooit verder dan een bladzijde of 15, en nu greep het me ineens, nu ik besloot op pagina 16 te beginnen, en nu wil ik bladzijde 1-15 ook weer lezen, en wordt dan misschien meteen weer gegrepen zodat ik het boek nogmaals lees.

Wat een boek!

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…