Doorgaan naar hoofdcontent

Juan Rulfo. Pedro Páramo. Amsterdam: J.M. Meulenhoff, 2006 (1955)

Vertaling: J.Lechner

Alles loopt in elkaar over: droom en wakker zijn, dood en leven, het heden en verleden. Je kunt wel doen alsof dat niet zo is, veel mensen zijn heel succesvol om iedere dag te doen alsof de afbakeningen allemaal volkomen duidelijk zijn: met jou praat ik écht, en met jou dénk ik alleen maar te kunnen praten. Jij bent hier in levende lijve, maar jij bent allang het hoekje om – en wie het hoekje om zie ik niet meer.

Alleen sommige literatuur laat je voelen dat het niet zo is, hoe vloeibaar het eigenlijk is. Je moet er iets voor kunnen als lezer: de kunstmatige grenzen die je helpen het dagelijks leven overzichtelijk maken tijdelijk even te negeren. Pedro Páramo is een van de oerboeken in dit genre. Ik geloof dat ik zelfs tien jaar geleden dit boek nog niet had kunnen lezen, omdat ik het te onwerkelijk had gevonden. Wat ben ik nu toch oud en wijs! Ik zie nu in dat er een werkelijkheid wordt aangeraakt in deze flarden, deze vertelling in fragmenten.

Pedro Páramo is een man die niet kan accepteren dat anderen geen respect hebben voor zijn nooit erg duidelijk uitgesproken gevoelens, een man die de dood van zijn jeugdliefde niet kan verdragen, een man die alleen maar wil dat iedereen zich naar hem schikt, en een man die als dat alles niet gebeurt dan liever de dood zoekt, voor zichzelf en voor iedereen en die zo zijn dorp – een verhaal als dit kan zich alleen afspelen in een dorp, in de stad wordt de kans te groot dat er iemand komt en de magie doorbreekt – met zich meesleept de verstening in. En van wie een van de vele zonen die hij mogelijk verwerkt heeft hem na die dood komt opzoeken.

Gabriel García Marquez en José Luis Borges vonden Pedro Páramo een van  de belangrijkste boeken die ze kenden. Het lijkt me inderdaad een sleutel om de Latijns-Amerikaanse literatuur te kunnen begrijpen, te zien wat de ambities daar zijn en wat er op het spel staat. Ik ben blij dat ik het gelezen heb.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…