Doorgaan naar hoofdcontent

Julian Barnes. England, England. New York: Knopf, 1999.

Stel, een Murdoch-achtig type koopt zo'n beetje alles wat Engeland tot Engeland maakt: Stonehenge, het Koninklijk Huis (althans enkele prominente leden), een roodborstje in de sneeuw, de Cliffs of Dover, en ga maar door. En hij zet dat allemaal samen op een gigantisch pretpark op het eiland Wight dat England, England heet. Op die manier wordt het 'echte' Engeland natuurlijk van alle attracties ontdaan, en het trekt zich mokkend terug tot Anglia, dat eigenlijk geen enkele band meer houdt met de rest van de wereld of het derde millennium.

England, England is een amusant gedachte-experiment over de vraag wat nu eigenlijk authentiek is. Iedereen in dit boek is iemand anders dan hij pretendeert te zijn – of toch eigenlijk niet? Jack, de Murdoch-achtige, blijkt stieken een bordeel te bezoeken waar hij zich als een zuigeling kan gedragen, de hoofdpersonen Martha en Paul houden zich op zeker moment allebei slapend voor elkaar als hun relatie niet zo goed meer loopt. En de 'stropers' op het eiland Wight blijken het ineens leuk te vinden om écht te stropen.

Amusant is wel het belangrijkste woord. Dat de mensen anders zijn dan zich voordoen, dat lijkt me zo'n beetje hét hoofdthema van de literatuur, in ieder geval sinds Don Quichote, Shakespeare en Bredero. Je staat dus niet echt met je oren te klapperen terwijl je Barnes dat oude thema nog weer eens in een nieuw jasje ziet stoppen; maar het is wel een amusant nieuw jasje.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…