Doorgaan naar hoofdcontent

Malise Ruthven: Islam. A very short introduction. Oxford: Oxford University Press, 2012.

Zoals iedereen die in de jaren tachtig op een Nederlandse katholieke middelbare school heeft gezeten, heb ik indertijd wel wat over de islam geleerd. "We leren meer over andere godsdiensten dan over ons eigen geloof", mopperden katholieke medeleerlingen weleens; maar ik was niet katholiek.

En ineens vond ik dat ik te weinig wist over die islam. Ik ben nu om de een of andere reden aan het lezen over geloof en vooral over monotheïsme en ik weet wel dat de islam soms als de meest monotheïstische van alle godsdiensten werd beschouwd, maar verder weet ik niet zo veel. Dus dacht ik: ik lees een Very short introduction over het onderwerp.

Veel heb ik uit het boekje niet geleerd. Het begint met een uitgebreide apologie over dat heus niet alle moslims gewelddadig zijn en dat moslims juist heel verschillende opvattingen hebben over van alles en nog wat. Dat zal een islamdeskundige vast heel vaak moeten uitleggen, maar misschien niet in een boekje als dit: ik kan me althans niet voorstellen dat mensen die menen dat het islam vooral een gewelddadige ideologie is grijpen naar een boekje van Oxford University Press.

En verder wist ik eigenlijk de meeste dingen dan ook al wel. Over de vijf zuilen; wat ongeveer het verschil is tussen sjiïeten en soennieten; in heel grote lijnen het leven van Mohammed; hoe belangrijk Mohammed is voor gelovigen. Dat zijn nu allemaal precies het soort dingen dat in de jaren tachtig op een Nederlandse katholieke school werd gedoceerd.

Nu, een paar interessante ideeën staan er wel in. Zo speculeert de auteur even dat de islam misschien weleens een geschiktere godsdienst zou kunnen zijn voor een individualistisch internet-tijdperk, precies omdat het geen kerk, geen organisatiestructuur nodig heeft. Iedereen kan voor zichzelf uitvinden hoe het precies zit, zelf de Koran lezen, zelf besluiten dat dit zijn of haar godsdienst is. Daar hoef je verder niks voor te doen.

Kijk, dát werd er dertig jaar geleden in Den Bosch niet bijverteld.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…