Doorgaan naar hoofdcontent

Naomi Klein. This Changes Everything. Capitalism vs. the Climate. London: Penguin, 2015 (2014)

Het is niet eens meer vijf voor twaalf, het is nog maar één voor twaalf. Er moet nu actie ondernomen, we kunnen echt niet meer treuzelen, we moeten ingrijpen voor het definitief helemaal misgaat met het klimaat op aarde. We hadden vorig jaar, toen dit boek verscheen, nog maar tien jaar de tijd. De minuten tikken.

Dat meent Naomi Klein, in een lang, maar onveranderlijk gloedvol betoog. Bovendien: in het huidige politiek-economische systeem gaat het niet lukken om de vereiste veranderingen snel genoeg door te voeren. Het kapitalisme kan niet eens de vereiste maatregelen nemen, al zou het 't willen. We moeten nu gezamelijk, door middel van sterke overheden of een sterke overheid het heft in handen nemen. Er is een opstand nodig, om niet te zeggen een revolutie: een totale omwenteling van het systeem.

Alleen zo kan het goed komen – en tegelijkertijd komen we dan ook nog in een mooiere wereld terecht. Een waarin we de welvaart eerlijker kunnen verdelen. Een waarin winst niet meer alles is. Een waarin veel meer mensen iets van hun leven kunnen maken.

Het klinkt allemaal goed, althans dat laatste. Je linkse hart bloeit ervan op. En tegelijkertijd zit het allemaal wel heel mooi in elkaar, en zit er ook iets verraderlijks in. Hebben revolutionairen niet altijd gevonden dat nu het moment was, dat alleen een grootschalige verandering alles nog kon redden, en dat zij precies zagen hoe dat moest?

Dat laatste is geloof ik hetgene dat me uiteindelijk een beetje ging tegenstaan: dat Klein wel heel precies weet waar het naartoe moet en waar de oplossing zit. En dat ik geen idee heb hoe mijn medeburgers van de redelijkheid van die oplossing te overtuigen.

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …