Doorgaan naar hoofdcontent

Siobhan Roberts. Genius at play. The Curious Mind of John Horton Conway. New York (etc.): Bloomsbury, 2015

John Conway is een wat je je voorstelt als je je een Amerikaanse nerd voorstelt uit de babyboomer-generatie, zij het een van het geniale type. Iemand die zijn hele leven wat heeft aangerotzooid, zowel professioneel als in zijn persoonlijk leven. Iemand die weinig verantwoordelijkheden op zich heeft genomen. En iemand uit wie er allerlei interessante ideeën zijn voortgekomen.

Het bekendste van die ideeën is het spel Life dat hij ontwikkeld heeft, en dat bestaat uit een paar heel eenvoudige regels die tegelijkertijd bij een beetje ingewikkelde input leiden tot volkomen onvoorspelbare resultaten, en waarvan je bovendien kunt laten zien dat je alles kunt uitrekenen met een Life-spel dat je ook zou kunnen uitrekenen met een computer. Maar feitelijk heeft Conway nog veel meer en misschien wel interessantere wiskundige resultaten op zijn naam staan: de ontdekking van 'surreële' getallen, zijn bijdragen aan het begrip van het zogenoemde Monster.

Zo iemand is natuurlijk de moeite waard om een biografie over te schrijven, al is hij ook nog niet dood. Hoe zit zo'n leven in elkaar? En hoe komen die wiskundige resultaten tot stand.

Tegen dat licht stelt Genius at play enorm teleur. De biograaf lijkt vooral niet genoeg te krijgen van Conway's excentriciteit: hoe de post zich opstapelt, hoe iedereen als hij naar Japan vliegt denkt dat hij misschien wel in Argentinië uitkomt, hoe hij de mensen de oren van het hoofd kletst. Een erg sympathieke indruk maakt Conway daarbij niet, of in ieder geval niet op mij. De manier waarop hij met vrouwen omgaat, bijvoorbeeld, wordt door Roberts voorgesteld als vertederend, maar mij lijkt seksistisch eigenlijk nog vriendelijk gezegd.

Daar komt dan nog bij dat het werk zelf maar matig inzichtelijk wordt voorgesteld. Roberts legt meestal wel ongeveer uit waar het om gaat, maar erg duidelijk of precies wordt het nooit. Terwijl je toch zou denken dat de gemiddelde lezer van een boek over Conway wel wat meer wiskunde aankan.

Maar nee, helaas moet er dan weer gecharmeerd geschreven worden over hoe eigenzinnig de man wel niet is. Er wordt nooit dieper op wat dan ook ingegaan – niet op de psychologie, niet op het werk –, en uiteindelijk voel je je als lezer dus behoorlijk bekocht.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…