Doorgaan naar hoofdcontent

Arie Storm. Het laatste testament van Frans Kellendonk. Amsterdam: Atheaeum, 2015

Om onnaspeurlijke redenen is de geest van Frans Kellendonk in Arie Storm gevaren. Arie is al tijden bezig een biografie over zijn grote voorganger gekomen, maar het zit er niet echt in. Nu heeft hij Kellendonk aangeroepen. Die is gekomen en bekijkt zichzelf en Arie nu door de ogen van Arie.

Roman staat er op het omslag, maar zoals Kellendonk zelf zegt over een ander boek: het is eerder een novelle. Het is een aardig idee, en je amuseert je voor een paar uur wel met dit boek, maar voor iemand die betreurt dat de huidige literaire cultuur zo oppervlakkig is (met Adriaan van Dis is het allemaal begonnen), is dit boekje opvallend, eh, oppervlakkig.

Van het werk dat Storm eventueel ooit heeft gedaan voor de biografie is niet zoveel te merken. Er worden mij in ieder geval weinig of geen dingen over Kellendonk verteld die ik niet al wist. En ik ben nu niet speciaal een kenner.

Wat erger is: ook verder blijft het een beetje steken bij een idee. Het is jammer dat het niet aankomt op een echte confrontatie tussen Storm en Kellendonk. De laatste beziet wat de eerste doet hooguit met een wat ironische glimlach, maar strijd blijft uit. De sneren zijn gereserveerd voor Saskia Noort (wie?), Adriaan van Dis, Carel Peeters en vooral Jaap Goedegebuure, maar Storm en Kellendonk blijven gespaard.

Het laatste testament van Frans Kellendonk is daarmee een aardige mijmering waarmee je wat uurtjes (een stuk of 2) doorbrengt, en waarbij je nog eens aan de grote jonggestorven schrijver denkt, maar dat daarna wegzinkt in de eindeloze tijd.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …