Doorgaan naar hoofdcontent

Gerard Reve. Een circusjongen. Amsterdam: Athenaeum, Polak en Van Gennep, 1975.

Iemand ligt in bed seksverhaaltjes te vertellen aan zijn minnaar. Wanneer de laatste in slaap valt, bedenkt de eerste eerdere gevallen waarin hij ook verhalen vertelde, en in die verhalen vertelde hij dan ook weer verhalen, en zo wordt gaandeweg een suikerspin van steeds meer verhalen gedraaid, tot de verteller uiteindelijk een Dichter-Schrijver blijkt te zijn in het ultieme verhaal, een Dichter-Schrijver die gehuldigd wordt door de koningin en door haar ook wordt gevraagd het levensverhaal op te tekenen van een vrouw die hij in een eerder verhaal heeft verkracht.

Een circusjongen gaat over koortsachtige fantasie en fabuleerlust. Het ontspruit er misschien ook aan, want de compositie van het boek is niet heel sterk: althans ergens op tweederde stort het helemaal in en worden de verhalen wel heel langdradig en kitscherig. (Volgens zijn biograaf Nop Maas dacht Reve hiermee de massa's voor zich te winnen, maar ik weet niet hoe hij zich dat voorstelde.)

Als je het zo leest, als een koortsdroom, is zeker het eerste stuk ook even fascinerend als het beste werk van Reve. En eigenlijk hoort het laatste deel er dan ook bij, als die fantastische constructie van taal, die poging om nu eens zonder grapjes een aantal draken van fantasieën (en toen was ik soldaat in de oorlog en verloor mijn kameraden, en toen was ik een vertrouweling van de koningin) in detail neer te zetten.

Dat mislukt weliswaar, maar zoiets moet ook wel mislukken. En dat maakt de wanhoop alleen groter.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …