Doorgaan naar hoofdcontent

Femke Halsema. Pluche. Dwarsligger, 2016

Het nadeel van grote eerlijkheid is dat mensen je leren kennen. En dat ze je dan mogelijk onsympathiek gaan vinden. 

Ik geloof dat ik dat nu met Femke Halsema heb, dat ik haar minder sympathiek ben gaan vinden. Althans, ik waardeer zeer dat ze eerlijk is, ik geloof ook dat ze eerlijk is in dit boek, en dat ze oprecht is geweest in haar politieke werk. En ze lijkt me slim.

Maar ze lijkt me niet sympathiek. Het valt bijvoorbeeld op dat ze over collega's weinig aardigs te melden heeft, vooral niet als ze horen bij andere politieke partijen en al helemaal niet als ze van andere linkse partijen zijn. De twee SP'ers die ze noemt, Jan Marijnissen en Agnes Kant, moest ze zozeer haten dat je iedere keer als je de letters SP leest, weet: nu gaat er iets minachtends komen. En voor de PvdA is het niet veel beter: Wouter Bos en Job Cohen neemt ze wat serieuzer, maar aardig vindt ze ze niet. De enige politicus van een andere partij die ze wel aardig vindt, met wie ze sms'jes uitwisselt men ga zo maar door, is Alexander Pechtold — eerlijk gezegd niet een keuze die me ineens van sympathie doet overvloeien.

(De meeste afkeer heeft ze overigens van CDA'ers, en dan vooral van Balkenende. Dat lijkt me dan weer volkomen terecht.)

Omdat ze ook over vrienden of zelfs haar man niet echt schrijft, en ook de meeste GroenLinksers niet echt tot mensen willen worden, heerst er grote eenzaamheid in dit boek. En ik krijg het gevoel dat dit vooral komt doordat de schrijfster wel erg oo zichzelf gericht is.

Daar komt bij dat je het idee hebt dat ook de politieke carrière haar niet gaat om mensen. Ze lijkt vooral bezig met haar eigen intellectuele ontwikkeling. Ze wil leren, ze wil om de een of andere reden een eigen carrière en eigen ideeën ontwikkelen. Ze kijkt neer op de andere linkse partijen omdat die zo star zijn; ze ziet niet dat dit als voordeel voor de kiezer heeft dat je weet wat je krijgt. Niet ineens steun voor een oorlog omdat dit zo goed in de ontwikkeling van de fractieleider last bijvoorbeeld. Niet ineens iemand die opstapt omdat ze er genoeg van heeft.

De schrijfster maakt, met andere woorden, een nogal narcistische indruk. Nu hebben andere politici daar vast nog meer last van, alleen zijn die dan niet zo eerlijk om zich daarover in een boek te laten kennen, Halsema valt dus te prijzen; maar aardig is ze daarmee nog niet.

Reacties

Fabian Stolk zei…
Het boek - ik las het niet in dwarsliggertjevorm - ervoer ik als nogal onthutsend, maar niet doordat FH narcistisch zou zijn. Ik ben geen psycholoog. Wel onder andere door de rol van de parlementaire journalistiek die ze schetst (fluimige lieden die niet voorbij de vorm kunnen kijken). Dat ze het politieke persoonlijk maakt, waardeer ik juist wel. Dat ze zich zo vol ervoor ingezet heeft ook. Misschien ging ze daar wel te ver in, als in: soms ronduit ten koste van vriend en kroost. Dat ze zich staande wist te houden tussen al die verzuurde politieke venten lijkt me ook wel lovenswaardig.
Wat ik niet snap, is dat je depreciërend schrijft: 'Ze lijkt vooral bezig met haar eigen intellectuele ontwikkeling. Ze wil leren, ze wil [...] eigen ideeën ontwikkelen.' Wat daar mis mee zou zijn, zie ik nog even niet. Ik vond het juist verheffend om te lezen hoe ze zich voortdurend verder ontwikkelt, ideeën ontvouwt, op schrift stelt en te realiseren poogt. Lijkt me zeker voor een politica een uitermate gewenste vorm van persoonlijk gefundeerd altruïsme.
Over smaak valt niet te twisten, zo blijkt mar weer. Ik vind het ook prijzenswaard dat ze zich zo inzet en alles ondergeschikt maakt aan haar idealen, dat meen ik.
Natuurlijk moeten mensen zich ontwikkelen, en politici natuurlijk ook. Alleen wordt mij uit dit boek duidelijk dat de ontwikkeling van de leider een probleem is voor zo'n partij. ik ben hier misschien ouderwets in, maar ik vind het wel prettig als er een soort basisideologie is waardoor je weet wat je krijgt als kiezer. Milieu hoort duidelijk niet tot Halsema's centrale interesses, bijvoorbeeld; die gaan veel meer uit naar individuele vrijheid en staatsrecht. Dat is prima, maar het betekent dat een GroenLinks-kiezer in haar tijd ineens een partij had voor vrijheid en staatsrecht.
Ik besef nu dat die onbetrouwbaarheid voor mij ook een reden is geweest om niet op GL te stemmen. Met name in tijden van oorlog blijken ze onvoorspelbaar te zijn in hun stemgedrag. Ik wil een partij die in zo'n geval stemt volgens mijn overtuigingen, niet kolgans de persoonlijke intellectuele ontwikkeling van de leider.

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…