16.7.16

James Shapiro. The Year of Lear. Shakespeare in 1606. New York: Simon & Schuster, 2015.

1606 was voor Engeland ongeveer een even chaotisch jaar als 2016. De pest woedde, rondom de relatief jonge koning James waren er de hele tijd allerlei geruchten, men dacht voortdurend dat hij in gevaar was of al gedood, zijn plannen om te komen tot een Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittanië wilden maar niet van de grond komen, en men verdacht 'de katholieken' van van alles en nog wat.

Tegen die achtergrond schreef William Shakespeare twee van zijn beroemdste stukken: King Lear en Macbeth. In The Year of Lear laat de Amerikaanse Shakespeare-kenner James Shapiro zien hoeveel die stukken en de werkelijkheid van dat jaar met elkaar te maken hadden: hoe de werkelijkheid doorsijpelde in de stukken, hoe wat Shakespeare moet hebben gelezen te maken had met discussies die werden gevoerd, hoe de schrijver de stukken gebruikt moet hebben om zijn tijd beter te begrijpen, hoe wij kennis over zijn tijd kunnen begrijpen om de stukken beter te begrijpen.

Een interessant deel van The Year of Lear gaat bijvoorbeeld over het begrip equivocation: expres zo spreken dat wat je zegt waarschijnlijk verkeerd geïnterpreteerd gaat worden, zodat je voor je eigen geweten niet liegt. Voor 1606 kwam het in het werk van Shakespeare eigenlijk niet voor; in dat jaar was er een enorm debat over een al dan niet werkelijk bestand handboek voor equivocation door katholieken en met name in Macbeth speelt het woord, en het begrip, een hoofdrol, ongeveer zoals de unie van het koninkrijk een cruciale rol speelt in King Lear: zonder dat de schrijver nu een eenduidig politiek standpunt aanneemt.

Ach, zou je kunnen zeggen, had deze woelige tijd ook maar schrijvers als Shakespeare. Maar gelukkig, zou je kunnen zeggen, heeft deze arme tijd in ieder geval nog geleerden als Shapiro met briljante ideeën als voor een boek als The Year of Lear.

Geen opmerkingen: