Doorgaan naar hoofdcontent

Erik Jan Harmens & Ilja Leonard Pfeiffer. Duetten. Amsterdam: Lebowski, 2016.

Ik kan nog steeds slecht tegen wat taalkundigen code switching noemen: tijdens een gesprek, of zelfs binnen een zin ineens overschakelen van de ene naar de andere taal. Met de meeste mensen die ik ken en met wie ik verschillende talen deel vind ik het prettig als er een – meestal onuitgesproken – afspraak bestaat over welke taal we spreken, zodat daarover niet onderhandeld hoeft te worden en zodat we ook niet hoeven te wisselen. Ik heb trouwens het gevoel dat dit voor de meeste gesprekspartners ook geldt.

Met het lezen van correspondenties heb ik misschien om die reden al snel problemen. Ik schakel zelfs inhoudelijk liever niet al te vaak. Als een correspondentie uit lange brieven bestaat, gaat het: ik lees eerst een paar pagina's in deze stem, en dan een paar in die stem. Maar als er periodes zijn waarin korte berichten worden uitgewisseld, dan sla ik die over. Zo snel kan ik niet schakelen. Bij brievenromans heb ik dat probleem trouwens niet: dan weet ik dat er één auteur is en stoort mij al dat heen-en-weer niet.

Duetten, de gezamelijke bundel van Erik Jan Harmens en Ilja Leonard Pfeijffer, vind ik daarom moeilijk te lezen. Het zijn gedichten die volgens de verantwoording in e-mailcorrespondentie zijn ontstaan: de ene dichter stuurde de ander een paar regels, waar die ander dan weer op reageerde. Bovendien kiezen de dichters voor heel andere stijlen: Pfeijffer voor de gepaard rijmende alexandrijnen die hij bijna tot zijn handelsmerk lijkt te maken, Harmens tot een veel vrijer vers, dat een heel enkele keer zich een beetje aanpast aan die alexandrijnen (alsof iemand voor de vorm zijn Nederlands met een Engels accent begint te spreken), maar over het algemeen is hij veel, veel vrijer: regels van zeer wisselende lengte, zonder metrum en meestal zonder eindrijm.

En ik vind dat ontzettend moeilijk te lezen. De heren reageren op elkaar, laten merken dat ze zien wat de ander wil, of niet, dagen elkaar uit, beuren elkaar op; maar het blijven twee heren, die ieder in een eigen poëtisch universum zitten en het lukt mij nauwelijks of niet om de hele tijd te schakelen van de een naar de ander. Ik kan het daardoor alleen heel oppervlakkig lezen, als een spelletje, als een slam op papier. Er zit misschien meer in, maar door een beperking van mij (ongetwijfeld een beperking van mij), haal ik dat er niet uit.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…