Doorgaan naar hoofdcontent

Julie Schumacher. Dear Committee Members. London: The Friday Project, 2015 (2014)

Het is een briljant idee: een roman in de vorm van aanbevelingsbrieven. Jay Fitger is een professor in creative writing aan een Amerikaanse universiteit ('Payne') en schrijft inmiddels meer van dat soort brieven – voor studenten, ex-studenten en collega's –dan dat hij aan zijn romans werkt. En dus volgen we zijn wederwaardigheden gedurende enkele maanden in 2009-2010 aan de hand van de brieven.

Het is voor het genre natuurlijk dan wel nodig dat die Fitger een enigszins excentrieke aanbevelingsbrievenschrijver is, die zijn epistels lardeert met allerlei persoonlijke ontboezemingen. Wat daarbij helpt is dat hij soms iemand moet aanbevelen bij zijn ex-vrouw, of bij de vrouw die hij ooit vreselijk beledigd heeft met zijn satirische debuutroman (een campus novel, natuurlijk), of dat hij omgekeerd een vrouw met wie hij een paar keer naar bed is geweest moet aanbevelen voor een baan bij een andere, volgens hem minder goede, universiteit.

Het is allemaal heel grappig en knap gedaan, maar uiteindelijk ontbreekt er toch een soort spanning. Die Jay is net niet gek genoeg, en de verhalen die er geweven worden door de geschiedenis net niet aangrijpend genoeg. Het zijn er twee: een van een protégé in wie Jay veel van zichzelf lijkt te herkennen en die hij steeds wanhopiger voor allerlei baantjes her en der aanbeveelt, omdat hij ooit zo'n groot romanschrijver zal worden (en die uiteindelijk op verdachte wijze om het leven komt). En een over een ex-medestudent die ook een veelbelovende schrijver was tot hij stilviel,

Maar geen van die verhalen is krachtig genoeg opgezet om een tegenwicht te kunnen bieden tegen klachten over de permanente overlast van verbouwingen die nodig zijn om de economen van de universiteit een nog betere werkplaats te bieden, Jays enorme afkeer van het bedrijfsleven en van de computerondersteuning op de universiteit, enz.

Die zijn allemaal grappig, het is allemaal heel slim gedaan, maar het is net te weinig voor 180 pagina's, voor mijn gevoel.


Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…