Doorgaan naar hoofdcontent

Jolande Withuis. Juliana. Vorstin in een mannenwereld. Amsterdam: De Bezige Bij, 2016.

Het is dat het deze week zo genadeloos uit de hand gelopen is met een presidentsverkiezing elders in de wereld. En het is dat ik al een republikein was. Maar anders was ik het deze week geworden, want ik heb de biografie van Koningin Juliana gelezen die Jolande Withuis onlangs publiceerde.

Het is een heel knap boek, omdat iemand die, puur door de omstandigheden, zo'n bizar leven heeft geleid, en die in bijna alle opzichten heel andere normen en waarden had dan ik, toch zo invoelbaar wordt gemaakt.  Je snapt wat ze zag in de schurk en schuinsmarcheerder Bernhard. Je snapt waarom ze bij hem bleef terwijl hij haar vrijwel doorlopend vernederde. Je snapt waarom ze haar toevlucht nam tot de meest onbegrijpelijke I . En je kunt in zekere zin ook nog mededogen met haar hebben.

Withuis maakt van Juliana een mens, juist door nadrukkelijk te laten zien dat ze verschillende kanten had, die helemaal niet altijd met elkaar in overeenstemming waren.

Terwijl je tegelijkertijd ziet dat zo'n verhaal aantoont dat het idee van de monarchie echt grote problemen heeft. Nog niet eens omdat het mensen opscheept met zo'n raar leven – Withuis maakt vrij duidelijk dat Juliana uiteindelijk toch ook echt koningin wilde zijn. Het is vooral omdat het privé-leven van een familie zo nadrukkelijk verweven raakt met de staat: dat de regering zich regelmatig moet buigen over allerlei kwesties, dat het staatshoofd allerlei meningen heeft over politieke kwesties, en dat ook de familie van dat staatshoofd zich ermee bemoeit.

Het boek geeft tegelijkertijd ook een aardige inkijk in de geschiedenis van de twintigste eeuw: de zeer langzame acceptatie van de werkende vrouw, de manier waarop Nederland met de Tweede Wereldoorlog omging, en met de Koude Oorlog, en het verdwijnen van de adel van het toneel.

Interessant vond ik de methode die Withuis hanteert. Ze had geen toegang tot de archieven van het Koninklijk Huis en heeft bijvoorbeeld ook niet met leden van de koninklijke familie gesproken. Ze had vooral voor de eerste jaren vooral beschikking over de correspondentie die Juliana met vriendinnen heeft gehad. Die bestudeert ze stilistisch en komt dan bijvoorbeeld tot de conclusie dat de toekomstige vorstin een fascinatie had voor de jolige meisjessfeer van Joop ter Heul: de onderlinge vrouwenvriendschap, de neiging tot lichte opstandigheid, het idee dat Juliana had over 'het gewone leven'; dat alles weet Withuis sterk op die manier te analyseren en eigenlijk alleen op basis van enkele stijlkenmerken.

Historici met onvoldoende bronnen worden al snel tot filologen.

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …