28.12.16

Esther Schor. Bridge of words. Esperanto and the Dream of a Universal Language. New York: Metroploitan Books, 2016

Persoonlijk zijn! Je moet als je een breder publiek beoogt met je non-fictie-boek altijd persoonlijk zijn! En dus is Esther Schor, een hoogleraar Engels op Princeton, af en toe persoonlijk, in dit boek over de geschiedenis en het heden van de Esperanto-beweging.

Dat gebeurt dan soms wat mij betreft op niets af. Zo zit er in het boek verwerkt dat ze in de periode dat ze eraan werkte is gescheiden van Leo. Bij een bijeenkomst aan het begin gaat hij nog mee als Schor een Esperanto-bijeenkomst bezoekt, maar tegen het einde verkeert ze in een shock omdat ze dus weg is bij die Leo, of hij bij haar.

Maar wat dat met het Esperanto te maken heeft, blijft volkomen onduidelijk. Je zou misschien kunnen hopen dat ze bijvoorbeeld bij dat laatste bezoek, aan Bona Espero, een al veertig jaar door een idealistisch Italiaans echtpaar gerund internaat voor kansloze Braziliaanse kinderen (waar die kinderen dan ook een beetje Esperanto leren; bona espero betekent 'goede hoop').

En gek genoeg heeft zelfs dat hele bezoek aan Bona espero weinig met Esperanto te maken. Ja, het Italiaanse echtpaar (in de tachtig zijn ze inmiddels) spreekt de taal en leert het aan de kinderen; maar ze geven toe dat het voor die kinderen lang niet het belangrijkste is, met hun ingewikkelde leven. En er werken inmiddels ook mensen die helemaal geen Esperanto spreken. Het ideaal is eigenlijk veel breder en heeft weinig met taal te maken.

Het is een beetje jammer dat Schor daar niet op ingaat. Ze blijft een beetje een buitenstaander in de beweging, en juist door de sympathie die ze heeft, blijft het een beetje een freakshow. Dat het echte mensen zijn, wordt niet zo duidelijk vind ik.

Zo legt ze ook wel op een wat vreemde manier nadruk op het joodse van de Esperanto-beweging. Ik heb er zelf geen enkele twijfel over dat voor Lejzer Zamenhof, de schepper, een deel van het ideaal was: een taal maken voor de joden. Schor legt dat ook heel goed uit. Maar tegelijkertijd behandelt ze de Esperanto-beweging sindsdien wel erg als een soort quasi-joodse beweging, met allerlei symbolen en een sfeer die haar aan haar eigen seculiere jodendom doen denken.

Daar zit wat in, en het is interessant om die parallellen te zien, maar het lijkt me ook maar één laag onder velen – en een laag die niet per se voor veel mensen interessant was, zelfs niet voor Zamenhof. Het is heel wel mogelijk dat sommige dingen hetzelfde zijn omdat de Esperanto-beweging nu eenmaal ook een gemeenschap is die verspreid is over de (Westerse) wereld. En dat sommige symbolen meer algemeen westers zijn.

Ook hier zit Schors drang om alles persoonlijk te maken vooral in de weg. Ze dringt niet echt door in de beweegredenen van de mensen die het de moeite waard vonden om onder het nazisme of onder Stalin toch voor die taal te blijven strijden, en niet in die van de mensen achter bona espero omdat ze teveel bezig is zichzelf erin te herkennen. Bridge of words raakt daarmee uiteindelijk kant noch wal.

Geen opmerkingen: