Doorgaan naar hoofdcontent

Esther Schor. Bridge of words. Esperanto and the Dream of a Universal Language. New York: Metroploitan Books, 2016

Persoonlijk zijn! Je moet als je een breder publiek beoogt met je non-fictie-boek altijd persoonlijk zijn! En dus is Esther Schor, een hoogleraar Engels op Princeton, af en toe persoonlijk, in dit boek over de geschiedenis en het heden van de Esperanto-beweging.

Dat gebeurt dan soms wat mij betreft op niets af. Zo zit er in het boek verwerkt dat ze in de periode dat ze eraan werkte is gescheiden van Leo. Bij een bijeenkomst aan het begin gaat hij nog mee als Schor een Esperanto-bijeenkomst bezoekt, maar tegen het einde verkeert ze in een shock omdat ze dus weg is bij die Leo, of hij bij haar.

Maar wat dat met het Esperanto te maken heeft, blijft volkomen onduidelijk. Je zou misschien kunnen hopen dat ze bijvoorbeeld bij dat laatste bezoek, aan Bona Espero, een al veertig jaar door een idealistisch Italiaans echtpaar gerund internaat voor kansloze Braziliaanse kinderen (waar die kinderen dan ook een beetje Esperanto leren; bona espero betekent 'goede hoop').

En gek genoeg heeft zelfs dat hele bezoek aan Bona espero weinig met Esperanto te maken. Ja, het Italiaanse echtpaar (in de tachtig zijn ze inmiddels) spreekt de taal en leert het aan de kinderen; maar ze geven toe dat het voor die kinderen lang niet het belangrijkste is, met hun ingewikkelde leven. En er werken inmiddels ook mensen die helemaal geen Esperanto spreken. Het ideaal is eigenlijk veel breder en heeft weinig met taal te maken.

Het is een beetje jammer dat Schor daar niet op ingaat. Ze blijft een beetje een buitenstaander in de beweging, en juist door de sympathie die ze heeft, blijft het een beetje een freakshow. Dat het echte mensen zijn, wordt niet zo duidelijk vind ik.

Zo legt ze ook wel op een wat vreemde manier nadruk op het joodse van de Esperanto-beweging. Ik heb er zelf geen enkele twijfel over dat voor Lejzer Zamenhof, de schepper, een deel van het ideaal was: een taal maken voor de joden. Schor legt dat ook heel goed uit. Maar tegelijkertijd behandelt ze de Esperanto-beweging sindsdien wel erg als een soort quasi-joodse beweging, met allerlei symbolen en een sfeer die haar aan haar eigen seculiere jodendom doen denken.

Daar zit wat in, en het is interessant om die parallellen te zien, maar het lijkt me ook maar één laag onder velen – en een laag die niet per se voor veel mensen interessant was, zelfs niet voor Zamenhof. Het is heel wel mogelijk dat sommige dingen hetzelfde zijn omdat de Esperanto-beweging nu eenmaal ook een gemeenschap is die verspreid is over de (Westerse) wereld. En dat sommige symbolen meer algemeen westers zijn.

Ook hier zit Schors drang om alles persoonlijk te maken vooral in de weg. Ze dringt niet echt door in de beweegredenen van de mensen die het de moeite waard vonden om onder het nazisme of onder Stalin toch voor die taal te blijven strijden, en niet in die van de mensen achter bona espero omdat ze teveel bezig is zichzelf erin te herkennen. Bridge of words raakt daarmee uiteindelijk kant noch wal.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …