Doorgaan naar hoofdcontent

Tony Crabbe. Nooit meer druk. Een opgeruimd hoofd in een overvolle wereld. Amsterdam: Luitingh - Santhoff, 2016 (2015).

Ik schrijf dit blog nu al vele jaren – zij het de afgelopen jaren wat minder dan in het begin, omdat ik inmiddels allerlei andere plaatsen heb om over boeken te schrijven –, maar het label zelfhulp had ik nog niet aangemaakt.

Ik ben geen liefhebber van het genre, of beter gezegd: ik lees eigenlijk wel boeken met ongeveer de boodschap die Tony Crabbe heeft in Nooit meer te druk, alleen heet het daarin 'filosofie' of zoiets. De boodschap die hij uitdraagt heet daarin: stoïcisme.

Je moet je niet laten overspoelen. Dat is de boodschap. Het druk hebben is onzin, klagen over het druk hebben is zo mogelijk nog onzinniger. Je bent er uiteindelijk altijd verantwoordelijk voor, en je kunt er ook altijd wat aan doen, namelijk door het heft in eigen handen te nemen, onzin te weigeren en je te concentreren. Dat maakt je gelukkiger en uiteindelijk ook productiever en succesvoller.

Nooit meer te druk lijkt me daarmee een soort zelfhulpboek to end all zelfhulpboeken. Crabbe verwijst ook vooral naar andere zelfhulpboeken en naar psychologisch onderzoek dat daar heel dicht in de buurt zit (en dat naar mijn indruk deels zelfs al achterhaald is in de huidige crisis van de psychologie, waarin allerlei vaststaande resultaten toch niet zo vast blijken te liggen als eerder is gedacht).

Je kunt je afvragen waarom er dan toch weer zo'n boek nodig is. Waarom moet een dergelijke oude, en grotendeels ook met gezond verstand te beredeneren, boodschap toch weer worden uiteengezet? En waarom wordt het resultaat daarvan een succes? Je kunt daar smalend over doen, maar ik heb dit boek weliswaar niet gekocht (het lag ergens, ik las het ook maar eens) maar toch ook wel gelezen, als een fijn oudjaarsboek. Je moet jezelf kennelijk af en toe aan die waarheden herinneren om er aan te kunnen blijven vasthouden, omdat de verslonzing en het je laten meedrijven met de onzin altijd op de loer ligt.

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …