Doorgaan naar hoofdcontent

Andrea Marcolongo. La lingua geniale. 9 ragioni per amare il greco. Bari-Roma: Laterza, 2016

Het Grieks! Er zijn honderden redenen om dol op die taal te zijn. Omdat het een menselijke taal is. Omdat de Odyssee erin geschreven is. Omdat het je de mogelijkheid geeft schaduwen van gedachten van enkele duizenden jaren geleden rechstreeks te aanschouwen, ook al kun je die gedachten nauwelijks nog begrijpen.

De Italiaanse graeca Andrea Marcolongo heeft een boekje geschreven met "9 redenen om van het Grieks te houden" dat in Italië behoorlijk populair geworden is. Dat is ook wel terecht, het boekje is aanstekelijk en het is fijn dat er iemand is die zo enthousiast kan schrijven over de aoristus en de dualis. De basis van wat ze beweert – dat het Grieks zo uniek is – is een beetje onzin: er zijn meer talen die werkwoordelijk aspect hebben, of een dualis of naamvallen. Het Grieks is een menselijke taal en heeft dus de eigenschappen van een bepaalde menselijke taal, ook al zijn sommige aspecten dan uit sommige moderne Europese talen verdwenen.

Maar het levert wel aardige beschouwingen op. Marcolongo is als een heel enthousiaste lerares Grieks, die weliswaar niet veel weet van dingen die buiten haar eigen vak liggen, maar dat compenseert door grote kennis en vaardigheid. Het een na laatste hoofdstuk gaat over vertalen en laat zien hoe ouderwets het onderwijs op het Italiaanse liceo classico nog is en tegelijkertijd hoe gedegen – hoe er nog jarenlang wordt gezwoegd om het Grieks in zo onbegrijpelijk mogelijk Italiaans om te zetten. Maar verder zou het aardig zijn als dit boekje ook vertaald zou worden. Ook in Nederland zou best wat enthousiasme voor het Grieks mogen ontstaan!

Reacties

Koen van Gulik zei…
De Nederlandse vertaling verschijnt voorjaar 2018 bij Uitgeverij Wereldbibliotheek

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …