Doorgaan naar hoofdcontent

Ionica Smeets. Het exacte verhaal. Wetenschapscommunicatie voor bèta's. Amsterdam: Nieuwezijds, 2017 (2014)

Eén reden om het boek van Ionica Smeets te lezen: om je een echte bèta te voelen. Ze zegt namelijk expliciet dat ze haar tips expliciet richt op bèta's, maar die tips geven mij de hele tijd het gevoel dat het inderdaad zo moet, dat je het niet beter kunt zeggen dan hoe Smeets het doet. Dus ik moet wel een bèta zijn.

Leren wetenschappelijk te communiceren is als het leren van veel zogeheten 'soft skills'. Je hoeft weinig technieken te leren die je niet eigenlijk al beheerst; je hoeft niet vingervlug te worden of je geheugen in eindeloze sessies te trainen. Je moet leren praten en schrijven over je vak op een manier die je zelf ook prettig zou vinden. Praten en schrijven kun je enerzijds al. En anderzijds worden die vaardigheden nooit routine, hoe vaak je het ook probeert. Je moet toch altijd iets maken dat er nog niet is, dat in de omstandigheden past, die er nooit eerder waren; dat voor dit publiek bedoeld is, dat nooit eerder deze samenstelling had.

Smeets heeft een soort no-nonsense-aanpak die mij erg aanspreekt, en die misschien ook wel de enige methode is. Goed communiceren is alleen maar moeilijk omdat mensen in een soort kramp schieten. Je kúnt dingen niet te eenvoudig maken, want stel dat dit ooit een collega onder ogen komt! Je móét grappig zijn, want dat is de enige manier om je publiek te binden. Dat is onzin. Goed communiceren is communiceren met degene die je voor je hebt, niet met anderen, ook al zijn dat collega's. Goed communiceren is als jezelf communiceren, niet als iemand die grappiger, vlotter, moderner is dan jijzelf.

Goed communiceren is: normaal doen. Bij degene zijn aan wie je iets wilt vertellen. No-nonsense. Zoals Ionica Smeets.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …