Doorgaan naar hoofdcontent

Lieke Marsman. Het tegenovergestelde van een mens.

Het tegenovergestelde van een mens, de eerste roman van Lieke Marsman, is het 21e-eeuwse antwoord op Het gemillimeterde hoofd van Gerrit Krol. Dat wil wat zeggen, dat ik dat hier beweer, want Het gemillimeterde hoofd was tot nu toe mijn favoriete Nederlandse boek van na de Tweede Wereldoorlog, en is dus nu ineens teruggedrongen tot mijn favoriete Nederlandse boek van de tweede helft van de twintigste eeuw.

De twee boeken zijn in sommige opzichten ook nog eens elkaars spiegelbeeld. Het gemillimeterde is bijna het meest heteroseksuele boek ooit, alleen voorbijgestreefd door andere boeken van Krol. Het tegenovergestelde gaat juist over een homoseksuele vrouw. Het gemillimeterde gaat over iemand die carrière maakt als wiskundige en zich weinig aantrekt van de milieugevolgen. Het tegenovergestelde gaat voor een belangrijk deel over de verlamming die ons beheerst waar het gaat over de klimaatverandering.

Maar de stijl van de twee boeken lijkt sterk op elkaar. De poging om zo droog mogelijk te noteren. De verbrokkeling in allerlei hoofdstukjes die nauwelijks op elkaar aansluiten. De wanhopige wil om de wetenschap aansluiting te laten vinden op het gevoel. De totale mengeling van essayistiek, poëzie en fictie.

Ik hield dertig jaar geleden zielsveel van Het gemillimeterde vanwege vooral die factoren: het feit dat iemand de schoonheid van de wiskunde wist te vangen in de schoonheid van de taal. Als ik het nu herlees, zie ik er toch ook vooral het beeld in van de blanke witte man van de jaren zestig, de zelfvoldaanheid, de vanzelfsprekende superioriteit. Het boek blijft daarmee wonderlijk mooi geschreven en gecomponeerd, maar het is een ander wereldbeeld, inmiddels, en een waarin het wat moeilijker wordt om me te verplaatsen.

Het tegenovergestelde zet een paar stappen verder, probeert de consequenties van de wetenschap te doorgronden, de consequenties van wat we nu allemaal weten en voelen. Het wordt bovendien verteld door iemand die niet vanzelfsprekend uiteindelijk tot de elite behoort – al verkeert ze, laten we de zaak ook weer niet overdrijven, wel in academische kringen – en het maakt de eenzaamheid daardoor uiteindelijk nog voelbaarder.

Wat een boek!

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…