Doorgaan naar hoofdcontent

Gary Kasparov. Deep thinking. Where machine intelligence ends and human creativity begins. John Murray Publishers, 2017.

Het kan niet fijn zijn om wereldkampioen te zijn, als het er in je hoofd zo aan toegaat als in dat van Gary Kasparov, en iedere keer dat je verliest zoveel pijn doet. 

Het hoogtepunt van Deep Thinking vormen Kasparovs herinnering aan de match 20 jaar geleden waarin voor het eerst de menselijke wereldkampioen het aflegde tegen een computers. Kasparov was de mens; de computer was Deep Blue van IBM. 

Kasparov kan zich duidelijk nog ieder moment herinneren en hij weet het ook levendig te vertellen, zodat de lezer met hem door de grond zakt als hij hoort dat hij in de tweede partij niet had hoeven opgeven omdat de onbegrijpelijke zet van de computer helemaal niet zo briljant was.  Je krijgt ook het idee dat IBM inderdaad wel wat vals speelde. Af en toe crashte de computer, wat wel ten koste ging van Kasparovs zenuwen, maar niet van de tijd van IBM. En het is niet eens duidelijk wat de programmeurs precies deden tijdens die crash.

Maar zoals Kasparov zelf ook zegt, inmiddels maakt het niet meer uit. In het korte bestek van 20 jaar verslaan zelfs veel goedkopere computers gemakkelijk de wereldkampioen.

Kasparov wijdt vervolgens ook wel enige interessante gedachten aan de consequenties daarvan. Hij wijst er bijvoorbeeld op dat met dit alles de écht intelligente computer nog lang niet in zicht is. En dat de toekomst voorlopig vooral zal zijn aan mensen die hun eigen creativiteit slim weten te combineren met de kracht van de machine — of dat nu in het schaak is of daarbuiten.  

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …