Doorgaan naar hoofdcontent

Gustave Flaubert. L'Éducation sentimentale. 1869.

Wat een wonderlijk verschijnsel is dat toch, dat je bij sommige boeken alles 'voor je ziet'. Ik herinner het me van de eerste keer dat ik  L'Éducation sentimentale las, lang, lang geleden, en het gebeurde me nu weer: allerlei dingen die ik nog nooit had gezien, die zag ik nu: een bootreis, een wild feest, een revolutie, een wandeling van twee gelieven door het platteland. En dat alles ergens in de eerste helft van de negentiende eeuw, in Frankrijk.

Ik geloof ook dat er weinig boeken zijn waar dat effect zo sterk optreedt, en waarvan het effect misschien wel zo drijft op dat 'voor je zien' van al die details. Ik las het boek nu in ieder geval heel erg als een opeenvolging van allerlei scenes, ieder voor zich even kleurrijk en mooi om te zien.

Het boek heeft natuurlijk ook niet zo'n heel duidelijke lijn. Het gaat over Frédéric die aan het begin van het boek verliefd wordt op Madame Arnoux, een getrouwde vrouw dus, en die vervolgens, omdat hij haar niet krijgen kan, fladdert tussen allerlei heel verschillende vrouwen, terwijl hij af en toe ook nog wat zeer halfhartige pogingen doet om maatschappelijk hogerop te komen – ook van die pogingen komt dus weinig terecht, net zo min als van zijn liefdesleven. Het boek gaat, met andere woorden, over iemand die het allemaal ook niet zo goed weet en in die zin niet alleen een antiheld is, maar ook het verhaal niet voortstuwt.

Maar dat maakt dus echt niks uit. Zodra het schip op bladzijde 1 vertrokken is (dat gebeurt echt!) word je meegevoerd door een eindeloze tocht. En je wordt dus op de een of andere manier getriggerd om je allerlei dingen voor te stellen die je nog nooit hebt gezien, het leven van een niet al te arme Fransman uit de provincie die zijn weg probeert te vinden in het woelige Parijs van de jaren 30 en 40 van de 19e eeuw.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…