Doorgaan naar hoofdcontent

James Kennedy. Een beknopte geschiedenis van Nederland. Prometheus, 2017

De menselijke geest ziet in iedere geschiedenis al snel een verhaal. Dat blijkt bijvoorbeeld uit deze Beknopte geschiedenis van Nederland. Op zichzelf is dat een curieus idee, dat je een geschiedenis schrijft over meer dan 2000 jaar in een bepaald gebied, waar van allerlei mensen hebben gewoond die zich een groot deel van de tijd niet eens echt verbonden hebben gevoeld. Door alle wederwaardigheden achter elkaar te zetten, krijg je toch al gauw een verhaal met een personage, 'de Nederlanders', met zowaar een soort karakter.

Niet dat Kennedy nu in allerlei romantische valkuilen trapt wat dat betreft en de Nederlandse volksaard zo ophemelt (of afkraakt). Het is meer een automatisch gevolg van het feit dat het allemaal bij elkaar staat in één boek, op chronologische volgorde.Je kunt het dan niet anders lezen dan als een verhaal.

Een verhaal waar je, waar ik in ieder geval, ook best nog wat van opsteek. Het vak vaderlandse geschiedenis ligt toch al weer enige tijd achter me, en het is interessant om allerlei zaken hier achter elkaar te zien. Het belang van de geografische ligging valt vooral op, waardoor het oorspronkelijk een wat arm en achterlijk gebied was, in een of andere natte uithoek, dat pas tot bloei kan komen als er zoiets als Europese handel gaat ontstaan – en die bloei dan ook meteen te baat neemt. Een gebied dat vervolgens enerzijds nooit echt het centrum was en anderzijds wel een belangrijke periferie, vooral dus voor die handel. Een gebied dat altijd heel erg verbonden is geweest met wat er elders (in Europa, in koloniale gebieden) gebeurde en waar je tegelijkertijd de illusie over kunt hebben dat de mensen zich er een eigen karakter in vormden.

Wat dat betreft ben ik alleen het laatste hoofdstuk, over de periode na 1949 wat sneller gaan lezen. Ik wist dat natuurlijk allemaal wel, het wordt bovendien dan ineens wel in heel veel detail verteld (wat nuttig is voor de buitenlanders voor wie het oorspronkelijk geschreven is, want die zullen een snelle update willen). Bovendien wordt dan ineens de diversiteit te duidelijk, het feit dat er voortdurend van alles gebeurt wat eigenlijk niet in een verhaal past.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…