Doorgaan naar hoofdcontent

Jan Postma. Vroege werken. Amsterdam: Das Mag, 2017.

In een van zijn essays in Vroege werken zit Jan Postma op zijn veranda in Amerika, en dan ziet hij twee vrouwen op straat in gesprek:
Een van hen, ik noem haar Leslie, is blond en heeft een hond en een kind van een jaar of anderhalf. Ze is op weg naar houders in San Antonio. De ander, die ik in gedachten Erin doop, heeft kort donker haar en een kleine gitaar. 
Die korte passage geeft de essays van Postma: het talent om waar te nemen, vooral visueel; de hond (er komen regelmatig honden voorbij in deze essays). Maar ook de vreemde mededeling dat Postma kennelijk zodra hij twee vrouwen ziet, deze vrouwen nogal specifieke namen geeft. Die namen komen later goed van pas, omdat Postma die vrouwen allerlei dingen ziet doe en hij dan niet 'de blonde' en 'de donkere' hoeft te zeggen.

De lezer kan zich niet helemaal onttrekken aan de gedachte dat die namen 'in gedachten' misschien wel vooral om die stilistische redenen gegeven worden. En dat komt helaas vaker voor: deze essays gaan heel erg over een essayist, iemand die het leven leeft als een essay.

Dat zou interessant kunnen zijn, als het gethematiseerd werd, maar dat gebeurt jammer genoeg niet. Zoals de smaak van Postma naar mijn idee nogal keurig is: Joseph Brodsky, Zadie Smith en Mark Steinmetz. Ja, allemaal mensen die hun carrière uiteindelijk vooral in Amerika hebben gemaakt. Postma beschrijft zijn mateloze bewondering voor die mensen, maar er zijn geloof ik weinig essayisten die deze mensen niet mateloos bewonderen.

De stukken zijn heus goed geschreven, en Postma tast oprecht, zoekt oprecht. Misschien zijn deze Vroege werken nog wat te vroeg.

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …