Doorgaan naar hoofdcontent

Maxim Februari. Klont. Amsterdam: Prometheus, 2017

Op internet zijn allerlei juichende recensies van de nieuwe roman van Maxim Februari te vinden. Wat ben ik jaloers op die recensenten. Ik ben een groot bewonderaar van Februari's columns en ook zijn vorige roman, De literaire kring, heb ik met plezier gelezen. Je kon overal lezen dat dit een ideeënroman was, en tegelijkertijd een satire, en ook een menselijk verhaal.

Ik had me dus echt op Klont verheugd, het meegenomen voor het kerstreces. Maar ik kon er niet goed doorkomen, het heeft me echt grote inspanning gevraagd om mijn gedachten erbij te houden.

Ik had de hele tijd het idee: dit is helemaal niet waar het om gaat. Het soort problemen waarom de plot gebouwd zijn, lijken me nauwelijks reëel. Een van de hoofdpersonen houdt allerlei populaire lezingen waarin hij aankondigt dat de data de macht gaan overnemen, dat we het leven zelf niet meer zien maar de afbeelding van dat leven in cijfertjes die we in onze computers hebben gestopt. Gaandeweg wordt die figuur ontmaskerd als een charlatan, door de andere hoofdpersoon. Maar die hele kwestie lijkt me onzin, en ik kan me er dan ook geen moment om bekommeren.

Zoiets geldt ook voor het nogal verknipte persoonlijke leven van met name de tweede hoofdpersoon (over de eerste komen we niet zo heel veel te weten), die aan het begin bij iedereen aankondigt dat hij zelfmoord gaat plegen, en als iedereen de brief heeft gekregen, dat toch niet doet. Echt menselijke gevoelens krijg ik niet van zo iemand, en ook niet van de al even rare figuren die hem omringen.

Ik denk dan eigenlijk altijd dat ik het verkeerd gelezen heb; dat ik mijn moment niet had; of dat ik het over tien jaar nog eens moet proberen. Laat ik dat dan maar doen.


Reacties

ijsbrand zei…
Mij lukte het al evenmin om deze roman met plezier te lezen.

Wat later nog wel hielp was om de podcast Het verhaal te beluisteren, met het interview dat Maxim Februari gaf.
Dat interview heb ik (nog) niet gehoord, wel een interview bij Kunststof (geloof ik). Dat was ook heel goed en interessant, zoals heel veel van Februari's werk.

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …