Doorgaan naar hoofdcontent

Sophie Cassagnes-Brouquet. "De moi , pauvre, je veux parler" Vie et mort de François Villon. Paris, 2016: Albin Michel.

Over François Villon is weinig bekend, maar wát we over hem weten, maakt hem een perfect onderwerp voor een biografie: hij werd in Parijs geboren in het jaar dat Jeanne d'Arc op de brandstapel stierf, zijn arme moeder (wat er met zijn vader gebeurde weten we niet) vertrouwde hem als jonge knaap toe aan een weldoener, die hem in het Quartier latin liet studeren zodat hij klerk kon worden. Maar klerk werd hij niet, maar dichter en crimineel. Nadat hij voor de laatste keer op 31-jarige leeftijd ternauwernood aan de dood door ophanging gestorven was, verdween hij uit Parijs, en tegelijkertijd geheel en al uit de geschiedenis.

Dat is een mooi verhaal, maar ik heb de indruk dat we alles wat we weten – buiten zijn, zeker voor een middeleeuwer zeer persoonlijke gedichten – past waarschijnlijk op 2 A4-tjes. Sophie Cassagnes-Brouquet vult het op met reconstructies over de milieus waarin hij verkeerde – de arme buurten aan de rechteroever als kind, het studentenmilieu aan de linkeroever als jongeling, de gecorrumpeerde, semi-criminele milieus later en tegelijkertijd de adelijke hoven waar hij af en toe een gedicht kan slijten. Ze worden allemaal buitengewoon levendig opgeroepen, je wandelt in dit boek echt door het vijftiende-eeuwse Parijs, en je ziet Villon, of in ieder geval iemand als Villon in de smerige collegezaal of de nog smeriger taverne, met vrienden op zijn studentenkamer, onderweg als hij verbannen is en in de open lucht moet slapen.

Het brengt ook die wonderlijke schrijver dichterbij, die daar in de Herfsttij der Middeleeuwen ineens persoonlijk tot ons, "frères humains", spreekt, en die het kennelijk opbrengt om als hij ter dood veroordeeld wordt, daar een spottend versje over te schrijven, net als een lange ballade op de ochtend dat hij wordt vrijgesproken. En die daarna ineens, zomaar verdwijnt, de mensheid achter latend met een verbazingwekkende verzameling gedichten en een nog verbazingwekkender levensverhaal.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…