Doorgaan naar hoofdcontent

Daniel Kehlmann. Tyll. Rowohlt, 2017.

Waarom Tijl Uilenspiegel een belangrijke rol speelt in dit boek vind ik makkelijker te verklaren dan waarom het ook naar hem genoemd is. Tyll is wat mij betreft vooral een boek over de enorme puinhoop die het is op deze wereld, hoe vreselijk de mensen zijn tegen elkaar, hoe waanwijs, hoe weinig mensen willen toegeven dat ze ook maar in het duister tasten, en dat alles dan verbeeld in een van de gruwelijkste perioden in de Duitse geschiedenis, die van de Dertigjarige oorlog.

Tijl Uilenspiegel past daar, als pestkop, als man die een ezel kan laten praten (die ezel is een van de mooiste personages in dit boek en een van de beste bijpersonages ooit), als msyterieus middelpunt, goed in. Dat hij eigenlijk een middeleeuws personage is, komt ook nog goed uit: zo voel je hoe die middeleeuwen ook nog in de 17e eeuw doorwerkten.

Maar hoezo het boek naar hem genoemd zou zijn, is me niet helemaal duidelijk. Zoals de meeste van Kehlmanns boeken die ik gelezen heb, bestaat Tyll feitelijk uit een aantal min of meer losse verhalen over een groep van dezelfde personages, en natuurlijk is Tijl daar ongeveer het middelpunt in, degene die steeds terugkomt. Er zijn andere personages – Lis, de vrouw van de Winterkoning; Nele, de vriendin van Tyll; Athanasius Kircher; en nog zo wat –, maar Tijl is duidelijk de centrale figuur. En omdat hij zo ongrijpbaar is daarmee ook een echte spil.

Maar gaat het verhaal ook over hem?

De kracht van Kehlmann zit heel erg in het beschrijven van individuele scenes. Daarin is hij werkelijk onovertroffen. Hij beschrijft een aantal keer hoe Tijl steeds beter en steeds vaardiger jongleert, en precies dat doet de schrijver zelf ook, als hij schrijft (in sommige opzichten is Tyll daarmee een reprise van Kehlmanns debuut Beerholms Vorstellung). Een belangrijk thema is hoe mensen met verhalen grip proberen te krijgen op de enorm chaotische werkelijkheid – en precies daar weet ik niet zeker of het is gelukt. Hij voert een enorm knappe goocheltruc uit, dat wel.




Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…