Doorgaan naar hoofdcontent

Mieke Koenen. Dwars tegen de keer. Leven en werk van Ida Gerhardt. Amsterdam: Athenaeum, 2014.

Er zijn allerlei zaken die je je kunt afvragen over Ida Gerhardt. Waar had zij haar verpletterende talent vandaan, net als haar zus Truus? Geloofde ze écht dat ze als dichteres een ziener was, die werkte voor haar vaderland? Wat was nu precies haar relatie met haar vriendin Marie?

Op de meeste van die vragen vind je geen antwoord in deze biografie en dat is omdat je de vragen wel kunt stellen maar niet beantwoorden. En speculatie over zulke vragen dus onzin zou kunnen zijn. Dwars tegen de keer is echt een modelbiografie. De hele tijd denkt de lezer, als die Gerhardts werk tenminste een beetje kent: oh, zit dat zo! Want voor een schrijfster die zo gekant was tegen al te veel openhartigheid leunt een opvallend deel van het werk feitelijk op biografische informatie – en dan heus niet alleen over haar problematische relatie met haar moeder. De hele tijd komt de lezer meer te weten over deze vrouw – wat er in haar te bewonderen is en waarover je je wenkbrauwen kunt optrekken, want Koenen weet daartussen voortdurend het juiste midden te bewaren.

Ida Gerhardt, een vrouw die het niemand makkelijk maakte en vooral zichzelf niet. Die met zoveel hart en zoveel ziel lerares was dat ze er in de laatste jaren van haar loopbaan steeds uitgeputter van raakte. Die met nog meer hart en nog meer ziel dichteres was zodat ze zelfs de schijn van kritiek op haar werk niet kon verdragen en nog tientallen jaren gekwetst was door het feit dat ooit haar familie niet voldoende blij was toen ze een literaire prijs kreeg. Die haar hele leven de herinnering met zich mee bleef dragen aan haar eigen leraar, Leopold, volgens haar een soort ongekend genie, de grootste dichter die Nederland ooit gekend had.

Ida Gerhardt, die soms net wat te heftig was over dingen die weinig mensen interesseren, maar die een ongekend gevoel had voor taal, voor het Nederlands en die daarin een paar van de mooiste dingen heeft gezegd. Dit boek maakt dat eens te meer duidelijk.


Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…