Doorgaan naar hoofdcontent

Ellen de Bruin. Onder het ijs. Amsterdam: Prometheus, 2018.

Een boek waarin een senior-communicatiemedewerker de loser is, dat is natuurlijk altijd goed! Onder het ijs is een roman die gaat over klimaat, over wetenschap en over persoonlijke verhoudingen en die in dat opzicht enigszins vergelijkbaar is met Het omgekeerde van een mens van Lieke Marsman.

Maar daarmee houden de vergelijkingen wel snel op. Qua structuur – De Bruins boek is veel meer een traditionele roman. Qua stijl – De Bruin is duidelijk wat journalistieker en wat minder poëtisch. En zelfs qua thematiek – het klimaat speelt bij De Bruin slechts een bijrol en sowieso worden de verschillende inhoudelijke lijnen, bijvoorbeeld de persoonlijke en de wetenschappelijke minder op elkaar betrokken.

Hét thema van De Bruin is communicatie. Haar hoofdpersoon is er niet erg goed in – ze zit nogal in zichzelf opgesloten en communiceert met haar minnaar door tekeningetjes van cassettebandjes uit te wisselen, en dit alles zonder dat ze zelfs weet dat de man haar minnaar is. Hij heeft haar dat nooit verteld of getekend, zij heeft het hem nooit gevraagd. Andere communicatie wordt belemmerd doordat degene met wie ze wil praten dood is, of doordat haar e-mail is afgesloten, of doordat de ander zich alleen maar uitdrukt in filmcitaten.

Het interessante is dat er ondanks al die mislukkingen uiteindelijk toch wel het een en ander gecommuniceerd wordt: dat de hoofdpersoon toch ontdekt wat ze moet ontdekken, zowel in haar persoonlijk leven als in de wetenschap. En dat dit uiteindelijk resulteert in prestigieuze wetenschappelijke publicaties. En in vriendschap. Het is aardig om ook in dit verband Onder het ijs te vergelijken met die andere Noorse wetenschapsroman uit de Nederlandse literatuur – Nooit meer slapen – waarin het voor een belangrijk deel ook gaat over communicatie, maar dan communicatie die op alle vlakken alleen maar glorieus mislukt.

De Bruins boek is dus duidelijk lichter, optimistischer dan dat van Marsman of dat van Hermans. Het is een boek als een film, goed gestructureerd en snel verteld. En het komt misschien zelfs met het klimaat allemaal nog goed.


Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…