Doorgaan naar hoofdcontent

Eric de Rooij. De wensvader. Groningen: De kleine uil, 2020.


Wat is het leven? Onder andere: iets dat je doorgeeft. Hoe doe je dat in een tijd waarin er veel minder vanzelfsprekend is? Waarin een kind niet per se meer geboren wordt in een huwelijk tussen man en vrouw? En nog minder iets is dat sommige vrouwen soms overkomt? Waarin het een keuze is wanneer je een kind krijgt, en met wie? En wie er dan de rol van, bijvoorbeeld, vader op zich neemt?

Het leven is bovendien steeds meer iets dat mensen op leeftijd desgewenst kunnen beëindigen. Zoals de geboorte een keuze is, zo wordt de dood dat ook, of in ieder geval: zo willen we graag dat de dood dit ook wordt.

Dat zijn, laten we zeggen, nogal fundamentele vragen waarover deaslniettemin niet heel veel geschreven wordt in de Nederlandse letteren. Eric de Rooij lukte het niet alleen, maar het lukte hem ook nog om het een bij vlagen grappig en bij vlagen ernstig boek van te maken, over een homoseksuele man die werkt met mensen aan het eind van het leven en die van twee vrouwen los van elkaar het verzoek krijgt om zaaddonor te zijn.

De ernstige vlagen komen natuurlijk vooral uit de gedeelten over het levenseinde; de grappige uit de passages over het onderhandelgehannes over het vaderschap. Maar de twee lopen in elkaar over en samen maken ze De wensvader tot een klassieke ideeënroman, een boek waarin verschillend opvattingen over het leven elkaar bestrijden en elkaar raken, zonder dat er per se een oplossing komt.

De thematiek doet wat dat betreft een beetje denken aan Mystiek lichaam, maar de uitwerking is geheel anders: luchtiger en moderner. Fijn boek voor als je met deze kwesties te maken hebt – en dat heeft per definitie iedereen.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Octavie Wolters. Slot. Amsterdam: Gloude Publishing, 2020.

Drie maanden geleden waren sommige mensen bij voorbaat moe over de golf aan coronaboeken die over ons heen zou komen spoelen, maar ik kan niet wachten om me onder te dompelen. De wereld, de grote wijde wereld, verandert radicaal, waar de schrijver bij staat – en iedereen beleeft dat in zijn eigen kleine wereldje: het recept voor literatuur.
Slot, een boekje dat Octavie Wolters in eigen beheer uitgaf, is hopelijk een voorbode van veel moois. Zij heeft ter plekke van de crisis iets weten te maken, in de vorm van een dagboek, want de eerste literaire vorm die een ramp of een oorlog uitlokt is die van het dagboek (Etty Hillesum, Anne Frank).
Eigenlijk doet die genreindeling Slot geen recht, want het boek bestaat uit minstens drie lagen: er zijn illustraties die Wolters voor de wereldwijde crisis maakte, in het najaar van 2019, toen haar een persoonlijke crisis raakte – een diepe depressie. Er is het dagboek dat fris van de lever verslag doet van ongeveer de eerste twee maanden van corona …

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…