Een meisje van 15, een wit Frans meisje, ergens in de koloniale tijd, in Indo-China. Haar vader is naar Frankrijk teruggegaan om te sterven, haar moeder is arm, ze heeft drie broers. Op een pont is er een steenrijke oudere Chinese man die haar ziet, die haar aanspreekt, en die haar minnaar wordt gedurende anderhalf jaar. Tot die Chinese man naar zijn vader luistert en een rijk Chinees meisje trouwt.
Marguerite Duras heeft het zelf meegemaakt, zo'n 100 jaar geleden, en daarmee was het voor haar een bijzonder verhaal. Maar dat maakt het nog niet per se een bijzonder verhaal voor de lezer – dat wordt het vooral door de manier waarop ze het vertelt. Door de onvergetelijke stijl, door het spel met middelen: het feit dat geen van de hoofdpersonen een naam hebben, maar bijpersonen, allemaal Franse vrouwen en meisjes, bij wie het meisje bijvoorbeeld op school zit, wel. En die naam wordt dan meteen iedere keer weer helemaal genoemd, met voornaam en achternaam. Marie-Claude Carpenter. Hélène Lagonelle. Wat die dames ook weer niet per se dichterbij brengt.
Degenen die echt het dichtstbij staan hebben natuurlijk geen naam, zo denk je ook niet. Ik geloof dat ik aan mijn naasten ook zelden denk met hun naam, al spreek ik ze natuurlijk wel zo aan.
Een andere geslaagde kunstgreep: soms is het meisje ik, maar soms is ze ook zij. En dan worden dezelfde of sterk op elkaar gelijkende scenes soms ook nog meerdere malen hernomen:
Cela se passe dans le quartier mal famé de Cholen, chaque soir. Chaque soir cette petite vicieuse va se faire caresser le corps par un sale Chinois millionnaire. Elle est aussi au lycé où sont les petites filles blanches, les petites sportives blanches qui apprennent le crawl dans la piscine du Club Sportif. Un jour ordre leur sera donné de ne plus parler à la fille de l'institutrice de Sadec.
Als het boek voor mij ergens over gaat is het over de verwarring waarin alle vijftienjarigen permanent zijn, ook als ze geen relatie hebben met een oudere, rijkere, Chinese man. Hoe verhoud je je tot je moeder, tot je broers? Tot de beste vriendin op wie je op een bepaalde manier verliefd bent hoewel je haar ook verafschuwt?
De editie die ik las is vorig jaar uitgebracht ter gelegenheid van de 40e verjaardag van het boek, en bevat behalve de tekst ook enkele interviews die Duras gaf in 1984. In een ervan zegt ze zelf dat het haar gaat om de muziek, en daar kan ik me in het geval van L'amant alles bij voorstellen: dit is een lang, wat loom maar uiteindelijk heel verdrietig stuk, over verwarring en de grootste liefde van je leven die je ondertussen uit je handen laat glippen. Uit je handen moet laten glippen omdat je niet anders kan.
Reacties