Andreas Burnier. De huilende libertijn. De kleine uil, 2025 [1970]

 


Stel dat je in 1970 helemaal vrij en onafhankelijk denkt, wat denk je dan? Dat kan natuurlijk van alles zijn, het denken is nu eenmaal vrij, maar je zou bijvoorbeeld kunnen denken: dat alle sociale strijd in die tijd, zélfs de strijd tegen Franco in Spanje, allemaal onbelangrijk is zolang de ene helft van de mensheid (de mannen) de andere helft (de vrouwen) onderdrukt. Of: dat de neiging in de wetenschap om complexe verschijnselen terug te brengen tot basalere (sociologie tot psychologie, psychologie tot biologie, biologie tot scheikunde, scheikunde tot natuurkunde) kwalijk is. Of: dat er na Plato geen echte filosofie meer is geweest.

Sterker nog, je kunt al die dingen allemaal tegelijkertijd denken, en daar dan geen serie pamfletten over schrijven (een onderwerp per keer), maar alles tegelijkertijd in een roman.

Een roman die tegelijkertijd gaat over heel veel andere dingen. Bijvoorbeeld hoe het is om ouder te worden.

Jean is aan het begin van de roman student in Amsterdam, ze woont samen met de bijna-veertiger Corinne, ze aanbidt in het geheim de iets oudere twintiger Laïs. In opdracht van de laatste trekt ze naar Laïs' minnares Stephanie, die in Spanje tegen Franco strijdt, maar samen vormen de vrouwen de strijd om tegen één tegen het 'seksefascisme', en wel door een academie op te richten waarin jonge vrouwen intellectueel en lichamelijk worden voorbereid op een leidersrol. Alle rollen moeten worden omgedraaid, mannen zijn alleen waardevol als ze jong en aantrekkelijk zijn, en dan als gigolo of als schoonmaakhulp. In de loop van de decennia verbittert Jean een beetje: de academie is een succes, maar levert uiteindelijk alleen maar een paar honderd vrouwen op, wereldwijd, die een normaal menselijk leven kunnen leiden. De revolutie komt niet tot stand. Bovendien verwordt de academie zelf uiteindelijk tot een soort instelling voor verwende vrouwen.

Maar door het zo samen te vatten, doe je De huilende libertijn geen recht. Een heel andere draad, een veel minder feller uitgelichte maar daarom niet minder belangrijke, gaat over Jeans verhouding tot kennis. Aan het begin is ze een eeuwige student uit overtuiging – iemand die de ene studie na de andere oppakt zonder er ooit een af te maken, zonder een doel na te streven. Corinne probeert haar te overreden om iets te doen waar ze als ze dertig is een carrière op kan bouwen, maar dat wijst ze van de hand. Later wordt kennis een wapen in de strijd tegen het seksefascisme. En helemaal aan het eind van het boek begraaft Jean zich in de wetenschap; de verleidingspogingen van haar reisgezel Daphne negeert ze, ze wil alleen nog maar werken aan het boek Beyond Reductionism. De wetenschap is haar eigen doel geworden, maar in zekere zin ook de vijand – het reductionisme is immers een belangrijk instrument van de 'kerk der rede', zoals Burnier later over de wetenschap zou schrijven.

Een interessante kleine draad vind ik ook die over vertalen. Af en toe staat er op niets af ergens tussen haakjes zogenaamd een opmerking van de 'vertaler' van het boek. Dat lijkt in eerste instantie een wat melig grapje, maar gaandeweg wordt duidelijker dat het vertalen een rol speelt in het boek. Er staan bijvoorbeeld drie onvertaande Spaanse motto's in het boek, en één motto uit de Duitstalige literatuur, van Kafka, vertaald in het Nederlands.

Op zeker moment ligt Jean hash te roken met wat aantrekkelijk, jong, internationaal gezelschap in Spanje, onder andere een Fins meisje en 'een forse blondine, waarvan ik hoopte dat zij niet duits zou zijn, zolang niet afdoende is bewezen dat er geen erfelijkheid van verworven eigenschappen bestaat' (duits met een kleine letter, maar Fins met een hoofdletter). Er ontspint zich dan een gesprek tussen de Finse en Jean, allebei stoned, dat als volgt wordt weergegeven:

'Onko teillä yhden hengen huonetta vapaana, ilman kylpyhuonetta?' antwoordde zij niet geheel ter zake. (Haben Sie ein Einzelzimmer ohne Bad?, vert.)

'Onko teillä ohjelmaa?' (Haben Sie einen Spielplan?; vert.) vroeg ik gauw afgeleid.

Enzovoort. Het lijken me zinnetjes uit een reisgidsje voor Finland (voor zover ik kan zien zijn de vertalingen steeds adequaat), maar het raakt ook aan de eenzaamheid van Jean, die de verlangt naar vrouwelijke solidariteit om een einde te maken aan het seksefascisme, maar tegelijkertijd gedurende het hele boek zit opgesloten in haar eigen gedachten en de theoretische constructies die ze bouwt. De Finse ligt "ruggelings tussen mijn benen, het hoofd woelend over de venusheuvel", maar ondertussen komt het contact niet verder dan wat zinnetjes uit de reisgids, in het Fins, door een vert. omgezet in het duits.

Zoals in al Burniers werk loopt door De huilende libertijn een draad van immense eenzaamheid.

Dat is geloof ik waarom de libertijn huilt. Als we samen streden, konden we de wereld zoveel mooier maken. Maar dat samen zijn, wanneer komt dat nu eens van de grond?

Reacties