Stefan Brijs. Villa Keetje Tippel. Atlas, 2001

 


Stefan Brijs deed bijna vijfentwintig jaar geleden iets interessants: hij combineerde een biografische schets over een inmiddels nog maar weinig gelezen schrijfster met de geschiedenis van een paar decennia van het dorp waar ze woonde. 

De schrijfster was Neel Doff (1858-1942). Het dorp was Genk.

Neel Doff, kwam de laatste decennia van haar leven in ieder geval iedere zomer naar Genk. Ze schreef haar al haar boeken, inclusief de drie baanbrekende over haar zeer armoedige jeugd in Amsterdam en Brussel, Dagen van honger en ellende, Keetje, en Keetje op straat (door Wim Zaal veel en veel later tendentieus samengevat als Keetje Trippel). Ze genoot bovendien van een leven in betrekkelijke welstand, vooral doordat ze twee echtgenoten had gehad die haar allebei geld nalieten. Ze maakte zich, op het bemoeizuchtige af, sterk voor het lot van de heel oude Kempenaren.

Dat verhaal viel, toen Brijs zijn boek schreef, al te lezen in de biografie van Évelyne Wilwerth uit 1992, al vult Brijs her en der nog wel wat aan. Maar de kracht van dit boek zit vooral in het feit dat hij Doffs verhaal verbindt aan dat van het huis waar ze woonde, het Chalets des Houx en het dorp waar het stond, Genk.

Genk maakte in die jaren een bevolkingsexplosie mee. Je kunt ook zeggen dat het werd verwoest. Van een paar honderd inwoners aan het begin groeide het uit tot een mijnstreek waar mensen uit heel Europa kwamen werken, en waar tegelijkertijd allerlei infrastructuur werd aangelegd terwijl ook het landschap werd opengewerkt, en uiteraard de roetwolken begonnen neer te dalen. 

Dat verhaal, van de schrijfster die sociaal betrokken is op de vierkante millimeter – ze ziet de armoe van de buren en daar wil ze iets aan doen – terwijl ze verkeert in een dorp waar op veel grotere schaal sociaal en ecologisch onrecht geschiedt – vertelt Brijs met verve. "Terwijl Neel Doff de handen en het hoofd vol had met haar eigen probleempjes, groeide in de drie Genkse steenkolenmijnen de solidariteit onder de werknemers", schrijft hij over een episode, die uitloopt op de eerste echte staking van de mijnwerkers in Genk, die gepaard ging met rellen. In die tijd was de schrijver Jan Greshoff toevallig te gast bij Neel Doff:

Al dat rumoer drong klaarblijkelijk niet tot Chalet des Houx door. Op 1 augustus 1932, toen de staking een hoogtepunt bereikte, bevond Jan Greshoff zich in de villa van Doff, vanwaar hij zijn uitgever per brief liet weten: 'Het is hier stil en zomersch. Net iets voor een oude man om weer bij te komen.'

Heel fraai verbindt Brijs zo sociale kwesties uit verschillende perioden: de bittere armoe aan het eind van de 19e eeuw in Amsterdam, de achtergesteldheid van de boeren in de Kempen aan het begin van de twintigste, de strijd voor rechten van de immigranten in diezelfde streek in diezelfde tijd. Waar de boeren nog voortleefden met hun katholieke geloof alsof de tijd nooit verstreek, werd hun eigen dorp vernietigd. Terwijl zich daar een vrouw vestigde die door haar jeugd met socialistische idealen doordrenkt was, maar ook niets zag.

De hoofdstukken hebben allemaal de naam van een zomer ('De zomer van 1908' tot 'de zomer van 1939'). Het laatste hoofdstuk, 'De zomer van 2000' is misschien wel het mooiste: Brijs beschrijft erin hoe hij de inmiddels vervallen villa bezoekt, vlak bij het centrum van wat inmiddels een stad geworden is. 

In het huis valt, zelfs in het schaarse licht dat zich door spleten en kieren naar binnen wurmt, de ravage meteen op. Deuren zijn ingetrapt, kasten liggen aan gruzelementen, de vloer is bezaaid met rotzooi en scherven, het pleister is van de plafonds gevallen en op de muren, waarvan het behang is afgescheurd, staan tekten geschilderd die geen verdere uitleg nodig hebben.

Alles is almaar lelijker geworden, in Genk. Uitvoerige beschrijvingen hebben we gelezen van honger en ellende. Een schrijfster vond haar eigen paradijsje juist temidden van die honger en ellende, die ze maar gedeeltelijk zag. En nu is dat paradijsje zelf ook verwoest. Het chalet zou niet lang na het verschijnen van Villa Keetje Tippel met de grond gelijk gemaakt worden. 



Reacties