Margot Brouwer. Sterrenstof zijn wij. Ontzagwekkende inzichten uit de wetenschap die hoop geven. Querido Fosfor, 2025.


 

De grote vragen van het leven, daar kun je alleen iets mee als je bereid bent om er met hart en ziel in te duiken, er alles voor te geven. Je weet tevoren natuurlijk alleen maar dat je hét antwoord niet kunt geven, dat de kwesties te groots en te ruim en te ingewikkeld zijn om er écht iets over te kunnen zeggen. Dus moet je het hebben geprobeerd.

Margot Brouwer heeft het allemaal gedaan – in de sterrenkunde gepromoveerd, zich ook nog in allerlei andere vormen van natuurwetenschap verdiept, van de wiskunde tot aan de biologie, boeddhistische sessies bezocht, naar de psychiater gegaan vanwege angstsen, en vooral: de Ethica van Spinoza doorgrond. En dan over dat alles een boek geschreven: Sterrenstof zijn wij, over de zoektocht naar hoe het nu allemaal zit, met het heelal en de mens en Margot Brouwer.

Sterrenstof is intellectueel gezien misschien wel het meest ambitieuze en prikkelende boek dat in het afgelopen jaar verscheen. De filosofie van Spinoza staat centraal, en Brouwer laat in ongeveer 500 pagina's overtuigend zien hoe die filosofie, die God gelijk stelt aan de Natuur, in overeenstemming is met de nieuwste inzichten van de wetenschap én met het huidige levensgevoel.

Voor Spinoza was voor God alles mogelijk, en omdat alles mogelijk was, was het ook allemaal waar – een voorafspiegeling van de tegenwoordig populaire theorieën over multiversums. Wij leven weliswaar in een zich langzaam uitbreidend universum waarin de natuurwetten heel precies zijn afgestemd op het menselijk bestaan: sommige constanten hadden maar een fractie anders moeten zijn en intelligent leven had niet kunnen bestaan. Buiten dat universum raast de oerknal mogelijk echter nog steeds in hoog tempo voort, met misschien wel oneindige multiversums, met andere natuurwetten, of juist dezelfde. Dat zit allemaal in de gedachtenwereld van God. En wij zijn daar onderdeel van –als alles God is, dan wij ook, terwijl we blogs lezen of schrijven: blogs waarin God aan zichzelf uitlegt hoe het mogelijk zit.

Ook ziet Brouwer Spinoza als een voorloper van het panpsychisme, de gedachte dat bewustzijn deel uitmaakt van de wereld, dat in zekere zin al het materiële correspondeert met vormen van bewustzijn – van de mens tot het elementaire deeltje. In Brouwers lezing van Spinoza zag hij het materiële en het geestelijke niet zozeer als gescheiden, maar ontkende hij ook niet het bestaan van één van beide: het waren meer twee kanten van dezelfde medaille, twee manieren (de twee manieren) waarop de mens het goddelijke kan leren kennen. God heeft nog oneindig veel andere twee dimensies, maar deze twee, kunnen wij zien, al zien we de verbinding tussen de twee niet.

Voor Brouwer werken die gedachten troostend, en als een manier om iets te redden van het geloof én de waanzinnige inzichten uit de wetenschap. Er is misschien geen persoonlijke God die ons in Zijn armen wiegt en/of het beste met ons voorheeft, maar er is wel Deus sive Natura, waar we een eeuwig onderdeel van zijn.

Zo lukt het Brouwer een vrij sluitend wereldbeeld te creëren, al zijn er ook wel open vragen en losse draden. Als ik het goed begrijp was het geloof van de jeugd een christelijk geloof, en ik zie op het internet dat Brouwer ook nu nog veel contacten heeft met christelijke geloven. Maar in Spinoza's wereldbeeld lijkt me voor van alles plaats, maar niet voor een Christus-figuur. Hoe zit dat?

Nog iets minder begrijpelijk vind ik Brouwers kijk op de moraal. Ergens zegt die, in een bespreking van de vraag waarom het kwaad bestaat, dat het kwaad alleen een menselijk perspectief is: alles wat wij als bedreigend zien voor onszelf of de menselijke soort, beschouwen we als het kwaad. Voor God bestaan die categorieën niet. Als ik zou sterven, zegt Brouwer, is dat misschien slecht voor mij, maar goed voor de wormen, want die hebben een feestmaal.

Dat is natuurlijk prima zolang je het over jezelf zegt, maar geldt dit dan ook niet voor anderen? Wat is er verkeerd aan iemand vermoorden, als dit een feestmaal voor de wormen kan betekenen? Vooral als we Brouwers panpsychisme in de beschouwing betrekken – een worm heeft óók bewustzijn, en er is geen enkele reden om die minder te achten. Sterker nog, zelfs als er geen wormen bij betrokken worden: het materiaal van het lichaam blijft bestaan, net zoals het bewustzijn. Dus wat is daar dan erg aan?

Ik krijg de indruk dat Brouwer zodanig zelf het beste voorheeft met de mens, dat ze met die moraal niet bezig is. Troost (of hoop, zoals de ondertitel zegt, al kan ik dat niet goed plaatsen) zijn belangrijker.

En je kunt natuurlijk ook van een jonge schrijver die al zo'n indrukwekkend boek schrijft niet meteen álles verwachten. Sterrenstof zijn wij is een boek om te lezen en te herlezen.


Reacties