Anna Rethaan. Nagelaten gedichten van vrouwe Anna Rethaan. Michiel Schryver, 1730.



In de maand augustus lees ik alle 31 poëziebundels van de Sealy Challenge-lijst van de DBNL.

Het is onmogelijk om de gedichten van Anna Rethaan te lezen zonder daarbij het voorwoord in gedachten te houden dat Pieter Boddaert bij haar bundeltje verzamelde gedichten lees, waarin sober de ellende blydschap beschrijft waarin Rethaan haar gedichten schreef.

die zich ten Jare 1706 in huwelyk begaf met den Heer Johannes Radaeus, (...) met wien zy ene gewenschte samenleving genoot van ruim twaalf Jaren, binnen welke zy moeder werd van vyf Zonen en vier Dochteren, waar van thans alleen ene Dochter, (...), en een noch minderjarige Zoon overig, en de zeven andere ten grave gedaald zyn voor de Moeder, die, na elf Jaren in enen weduwlyken staat geleefd, (...) eindelyk ook met blydschap het einde hares levens en de vervulling harer hope zag naderen door ene ziekte, die zich wel haast voor de laatste, welke haar te ontmoeten stonde, deed kennen, en haar ook op den dertigsten dag van Wynmaand des Jaars 1729. in het zes- en veertigste jaar haars ouderdoms, het sterflyke deed afleggen.

De gedichten van Rethaan zijn een wonderlijke mengvorm van gebed en lyriek. Wat is het verschil? Een gebed is gericht aan een God, lyriek is gericht aan een lezer, maar spreekt daarbij op het oog iemand anders aan. Bij Rethaan is dat bijvoorbeeld de zondaar ('Wee u, o zondaar!') of de ziel:

Ziel, zie door brood en wyn, u hier vertoond. hoe 't leven
In Jesus is. hy roept: al die van zonde en pyn
Genezing zoekt, koom hier. wel, Heer, ik kom, weest myn
Verlosser, voorspraak, troost

De ik richt zich eerst tot de (eigen) ziel, en dan, in een beweging door, tot Jezus. Is het niet wonderlijk om de eigen ziel toe te spreken? En wie spreekt vervolgens eigenlijk Jezus aan? De ik of de ziel? Of is die scheiding inmiddels opgeheven? Ondertussen wordt ook Jezus aangesproken, die eveneens, met de imperatief koom hier, een oproep doet. Drie aansprekingen in iets minder dan vier regels – dat is kenmerkend voor Rethaan, wier werk bestaat uit voortdurende aansprekingen, in de vorm van lyriek en/of die van gebed.

Het bekendste gedicht uit de bundel is waarschijnlijk 'Aan Cornelis van den Helm Boddaert, Op zyn tweden verjaardag, Den 8 September 1725'. Een verjaardagsgedicht, en dus gericht aan de jarige, al begrijpt die er niet veel van, niet alleen omdat hij pas twee jaar is, maar ook omdat hij op zulke jonge leeftijd al kennismaakt met de gevolgen van de erfzonde:

Wy zyn in Adams schuld verloren,
Daar elk in zonde om word geboren;
Van daar de ramp en tegenspoed,
Die van 't begin u heeft ontmoet,
De pyn, de koorts, de tegenheden,
's Geests traagheid, zwakheid in uw leden,
Daar door gy nu noch mist 't vermaak,
Dat yder vind in gaan en spraak.

Het neefje kon anders dan zijn leeftijdgenoten nog niet lopen en nog niet praten, had pijn, koorts en tegenslagen gehad, was traag van geest, en zwak van leden, maar ja, dan had hij maar niet een nakomeling van Adam moeten zijn.

Ik wil niet uitsluiten dat ik niet vroom genoeg ben om er echt in mee te gaan, maar ik kan de gevoelens nauwelijks beschrijven die . Een vrouw die in twaalf jaar tijd negen kinderen heeft gekregen, waarvan er zeven overleden voor ze zelf op haar 46ste het tijdelijke voor het eeuwige verwisselde, met een uiterst ongelukkig neefje, en die zich tot ziel en zondaar wendt, en zich vastklampt aan haar geloof om het dragelijk te maken, te midden van onzekerheid, zoals in deze regels uitgedrukt in het woordje zo:

Wy wenschen, zo gy lang op aard
Zult leven, dat u Godt bewaart
Voor alle rampen en ongelukken,
Die dikwils om de zonde ons drukken.
Hy geve u voorspoed en geleid'
Met blydschap u ter heerlykheid.

Reacties