{P} Michael Newton. Savage Girls and Wild Boys. A History of Feral Children. London: Faber and Faber, 2002. Een prachtig onderwerp, maar een tegenvallend boek. Terwijl ik het aan het lezen was, ontwikkelde ik een steeds grotere antipathie tegen de schrijver die de hele tijd zo bezig is met het feit dat hij een boek aan het schrijven is, dat hij hier al tien jaar over doet. En die als hij over die kinderen schrijft, nog steeds niet over die kinderen schrijft, maar meer over wat de mensen om die kinderen heen allemaal van die kinderen dachten en vonden, over de 'verhalen' die er over die kinderen verteld werden, want Newton is heel erg een literatuurwetenschapper en als ik het goed aanvoel (ik ken die literatuur niet zo goed) nogal aangeraakt door postmoderne gedachten. Wat er nu echt met Kaspar Hauser en al die andere kinderen gebeurd is, lijkt hem bijvoorbeeld nauwelijks te interesseren. Nou ja, op het eind van zijn boek zegt hij heel even snel "for what it is worth" zijn eigen mening: hij denk dat het waar is wat bijvoorbeeld Kaspar Hauser zelf over zijn geschiedenis heeft verteld; maar meer zegt hij er ook niet over. Kenmerkend is dan ook de onhandigheid die hij beschrijft bij de enige keer dat hij zelf echt in contact kwam met zo'n 'wild kind'. Hij wil die kinderen niet zelf begrijpen, hij wil begrijpen wat mensen van die kinderen begrijpen. Tja.
Safae el Khannoussi. Oroppa. Pluim, 2024.
Een van de dingen die ze je niet vertellen als ze je leren lezen: dat je er als oudere plezier aan kunt leven omdat je je dan alsnog kunt laten overrompelen door de jeugd. Door de levenslust, de vertellust, de inventiviteit, de kracht van jonge schrijvers. Dat je je als 57-jarige op sleeptouw kunt laten nemen door een 30-jarige schrijver. Door Safae el Khannoussi bijvoorbeeld, met haar roman Oroppa. Het boek is al op veel plaatsen bejubeld, en het trekt je dan ook vanaf de eerste zinnen mee: De zoveelste schreeuw sneed door de kamer. Maar deze was anders. Op het bed lag de doodverklaarde met opengesperde ogen en mond, haar handen verkrampt in de lucht. De doodsreutel steeg op van het lichaam, klanken als rollend puin, een stem op straat vroeg om een aansteker en de stervende vrouw begon te schudden, te schudden alsof ze om een grap lachte. Salomé Abergel, geboren als Salma Abergel, in een voor haar lang vervlogen wereld nu bevolkt door nieuwe gezichten, krijste zichzelf terug de ...
Reacties