P William H. Calvin en Derek Bickerton. Lingua ex Machina. Reconciling Darwin and Chomsky with the Human Brain. Cambridge, MA: The MIT Press, 2001 (2000). Het boek is misschien wat te snel geschreven (er zitten feitelijke foutjes in, zoals dat er over Christiaen Huygens geschreven wordt als ware hij een Deen) en zou misschien wat beter uitgewerkt kunnen worden (het lijkt nu net alsof het taalvermogen voor een belangrijk deel gebaseerd zou zijn op het vermogen om nauwkeurig voorwerpen te kunnen gooien). Maar in de kern hebben de heren wel gelijk – namelijk dat het onzinnig is om net te doen alsof Darwinisme en Chomskyanisme niet met elkaar te verenigen zouden zijn – en het is interessant dat ze laten zien dat het zeker met het minimalisme wel kan. Dat idee had ik altijd al, en volgens mij de meeste van mijn collega's ook, maar het is aardig om dat eens een keer uitgewerkt te zien door twee intelligente schrijvers. En bovendien kun je dit soort wilde ideeën misschien het best op een dergelijke snelle manier brengen zonder je in eerste instantie veel te bekommeren om de empirie. Bovendien doet Bickerton zijn best aan het eind van het boek het minimalisme nog eens te herformuleren volgens principes die compatibel zouden zijn met de bevindingen elders in het boek. (Al begrijp ik dat niet helemaal: wat zijn nu precies de evolutionaire argumenten tegen 'Larsonian shells'?).
Safae el Khannoussi. Oroppa. Pluim, 2024.
Een van de dingen die ze je niet vertellen als ze je leren lezen: dat je er als oudere plezier aan kunt leven omdat je je dan alsnog kunt laten overrompelen door de jeugd. Door de levenslust, de vertellust, de inventiviteit, de kracht van jonge schrijvers. Dat je je als 57-jarige op sleeptouw kunt laten nemen door een 30-jarige schrijver. Door Safae el Khannoussi bijvoorbeeld, met haar roman Oroppa. Het boek is al op veel plaatsen bejubeld, en het trekt je dan ook vanaf de eerste zinnen mee: De zoveelste schreeuw sneed door de kamer. Maar deze was anders. Op het bed lag de doodverklaarde met opengesperde ogen en mond, haar handen verkrampt in de lucht. De doodsreutel steeg op van het lichaam, klanken als rollend puin, een stem op straat vroeg om een aansteker en de stervende vrouw begon te schudden, te schudden alsof ze om een grap lachte. Salomé Abergel, geboren als Salma Abergel, in een voor haar lang vervlogen wereld nu bevolkt door nieuwe gezichten, krijste zichzelf terug de ...
Reacties