{P} Wouter Godijn. Langzame nederlaag. Amsterdam/Antwerpen: Contact, 2002. Godijns roman Witte tongen had ik indertijd ook al gelezen. Ik vond er weinig aan: mat, tam, gezeur. Ik zou deze dichtbundel dan ook niet gelezen hebben als ik hem niet kreeg toegestuurd -- namens de Poëzieclub, als hun selectie van de afgelopen periode. Misschien ben ik bevooroordeeld sinds die roman, maar ook hier werd ik geslagen door de matheid, de keurigheid. Het doet een beetje denken aan Toon Tellegen, maar dan zonder spitsvondigheid. Aan Hans Faverey, maar dan zonder geheimzinnigheid.
Safae el Khannoussi. Oroppa. Pluim, 2024.
Een van de dingen die ze je niet vertellen als ze je leren lezen: dat je er als oudere plezier aan kunt leven omdat je je dan alsnog kunt laten overrompelen door de jeugd. Door de levenslust, de vertellust, de inventiviteit, de kracht van jonge schrijvers. Dat je je als 57-jarige op sleeptouw kunt laten nemen door een 30-jarige schrijver. Door Safae el Khannoussi bijvoorbeeld, met haar roman Oroppa. Het boek is al op veel plaatsen bejubeld, en het trekt je dan ook vanaf de eerste zinnen mee: De zoveelste schreeuw sneed door de kamer. Maar deze was anders. Op het bed lag de doodverklaarde met opengesperde ogen en mond, haar handen verkrampt in de lucht. De doodsreutel steeg op van het lichaam, klanken als rollend puin, een stem op straat vroeg om een aansteker en de stervende vrouw begon te schudden, te schudden alsof ze om een grap lachte. Salomé Abergel, geboren als Salma Abergel, in een voor haar lang vervlogen wereld nu bevolkt door nieuwe gezichten, krijste zichzelf terug de ...
Reacties