Rob van Essen. Een man met goede schoenen. Atlas Contact, 2020.

 


Stel dat er iemand is die beweert niet van fictie te houden, en liever 'echt gebeurde' verhalen te lezen, of niets te lezen. Raad die persoon dan aan om Een man met goede schoenen te lezen. Mocht die persoon zich bij dat boek vervelen, dan kan hij of zij inderdaad zich de rest van het leven de moeite besparen om nog fictie te lezen. 

Ik heb in geen jaren zoveel plezier beleefd aan een boek als dit. Het bestaat uit een verzameling korte verhalen die Van Essen, blijkens het nawoord, de afgelopen jaren schreef, voor literaire tijdschriften, voor zijn eigen weblog, voor De Groene Amsterdammer – heel verschillende media, die bijvoorbeeld heel verschillende eisen stellen aan de lengte. Maar echt ieder van die verhalen deed me echt op iedere bladzijde glimmen van vreugde, en een paar keer heb ik zelfs hardop gelachen, ook iets wat me niet vaak overkomt.

De verhalen stralen zelf ook van blijdschap – over de fantasie, de inventiviteit, de mogelijkheid dat alles ineens heel anders zou kunnen gaan. Dat doet het dan ook in deze verhalen, je kunt echt geen alinea overslaan omdat daarin de ontwikkelingen ineens een heel andere wending kunnen nemen dan je kon voorzien, terwijl aan het eind alles toch weer op zijn pootjes terecht komt. 

De meeste verhalen beginnen vrij alledaags – er zijn er een paar die beginnen met de schrijver die opstaat om een wandeling te maken door Amsterdam – maar vervolgens gebeuren er krankzinnige dingen. Er komt zomaar een jonge man in je huis wonen die 's nachts met een tamboerijn rondloopt. Je therapeut blijkt je ouders met zakdoekjes aan hun stoelen te hebben vastgebonden. Politieagenten die net twee lifters hebben opgepikt beginnen een gesprek over Cees Nooteboom. En dat is dan over het algemeen nog maar het begin, terwijl het allemaal aan je wordt verteld alsof het de normaalste zaak van de wereld is.

In sommige verhalen blijft de geheimzinnigheid bestaan. Waarom zijn die twee mensen op de stoep nu zo jaloers op het feit dat iemand goede schoenen heeft? Hoezo weet die hele drom mensen die in de verteller hun overleden jeugdvriend en klasgenoten menen te herkennen, hoewel ze vijftien jaar ouder zijn, zijn adres? In andere verkeert de wereld uiteindelijk toch weer in een soort normaliteit.

De verhalen gaan ook vaak over het vertellen van verhalen. Veel vertellers zijn nadrukkelijk vertellers van hun verhalen. Ze wijzen er bijvoorbeeld op dat ze nu bij het zoveelste woord van hun verhaal zijn aangekomen, of ze dissen aan hun medespelers allerlei verhalen op die al ongeveer even krankzinnig zijn als de verhalen waarin ze verkeren. 

Ik geloof dat dit minder gebruikelijk is bij verhalen dan bij gedichten, en het klinkt een beetje zwaar bij verhalen die zoveel vertelvreugde verspreiden, maar mij lijkt dat je deze verhalen poëticaal kunt lezen: ze gaan over verhalen, over het belang van verhalen, de onmogelijkheid om te leven in een wereld zonder verhalen, een wereld waarin nooit eens een vreemd toeval gebeurt, waarin nooit eens iemand een huis uit komt stappen in de grachtengordel en dan de hele tijd van mening blijft dat hij nu juist ergens binnen is, waarin nooit eens iemand in de Albert Heijn blijkt te staan die er hetzelfde uitziet en precies dezelfde boodschappen blijkt te hebben gedaan die hij ook nog eens 'ongeveer' in dezelfde volgorde heeft gelegd. 

Zonder verhalen heeft het leven geen kleur. Ik ben nog geen lijstje tegengekomen waarin Een man met goede schoenen werd gerekend tot de boeken van 2020. Dat lijkt me een sterk argument tegen al die lijstjes.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Octavie Wolters. Slot. Amsterdam: Gloude Publishing, 2020.

Harm Ede Botje & Mischa Cohen. Mijn meningen zijn feiten. Atlas Contact, 2020.

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.