George Orwell. Notes on Nationalism. Penguin, 2022 (1945).
Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog schreef George Orwell een essay over iets dat, aan alle kanten, zo leidend was geweest voor het voeren van de oorlog – als het die oorlog al niet had veroorzaakt: het nationalisme. Hij begon met dat hele begrip anders te definiëren.
Het eerste is in beschaafd gezelschap inmiddels uit den boze, het tweede wordt wereldwijd weer steeds meer een aanvaardbare politiek: het gaat alleen om het dienen van de belangen van de 'Nederlanders', als je bijvoorbeeld een Nederlandse politicus bent.
De belangrijkste afwijking zit op een andere plek: het gaat Orwell dus niet alleen om zo'n verbondenheid met een natie, maar het kan ook om andere groepen gaan. Het is, geeft hij, toe wel wat vreemd om dat dan 'nationalisme' te noemen, maar er is geen beter woord. (Ik dacht aan iets als partijdigheid, maar dat heeft niet het systematische, bijna religieuze.)
Bovendien, laat Orwell zien, hoeft het nationalisme niet alleen betrekking te hebben op de eigen natie, hij wijst groepen Britse intellectuelen aan voor wie in zijn tijd Rusland de natie van keuze was, en hij schaart het communisme dan ook onder de nationalismen. Net zoals trouwens het anti-Amerikanisme, want je hoeft niet per se positief te zijn over de natie waarover je schrijft – het is ook mogelijk om een bepaalde natie als het toonbeeld van slechtheid te zien.
Al dit soort nationalisme bestaat nog steeds, en lijkt weer in opkomst. Zelfs het antisemitisme, waarover Orwell zegt dat de holocaust het nu wel bijna onmogelijk heeft gemaakt, komt weer terug. Waar komt het vandaan? Wat is die menselijke neiging om zich zo te verenigen met een groep van 'miljoenen of tientallen miljoenen' mensen, die je dus onmogelijk allemaal kunt kennen, die onmogelijk allemaal je vrienden of vijanden kunnen zijn?
Orwell stelde zich niet ten doel om antwoord te vinden op die vragen, hij wil in Notes on nationalism vooral laten zien hoe wijdverbreid het fenomeen is, hoeveel vormen het heeft. Het komt ook terug in 1984 dat hij een paar jaar later schreef: ik had altijd een beetje heen gelezen over het feit dat de sentimenten die het regime de mensen daar aanpraat minstens deels ook nationalistisch zijn. Dat het enthousiasme, het warme gevoel, er komt van liefde voor dat volkomen verpauperde Engeland, het idee dat wij het allemaal beter dan doen een volkomen abstracte andere natie.
Opgenomen worden in iets dat groter is dan jezelf, dat is iets dat de mens wil. En de natie heeft daarvoor kennelijk de juiste omvang.
Reacties