Anne Frank. Het achterhuis. Dagboekbrieven 12 juni 1942-1 augustus 1944. Prometheus, 2023 [1947]

 


Vlak voor het dagboek wordt onderbroken – vlak voor de nazi's de 'schuilers' met geweld uit het Achterhuis slepen, hun ondergang tegemoet, doet Anne Frank aan een zelfonderzoek. Hoe kan het dat ze haar eigen ideaalbeeld nog niet bereikt heeft? 

Ze heeft dan al heel veel schriften volgeschreven, met 'verhaaltjes uit het achterhuis', met het begin van de roman Cady's leven, met haar dagboek, en met Het Achterhuis, de roman die ze op basis van dat dagboek wilde schrijven. (Ik las nu de compilatie die Prometheus tegenwoordig uitgeeft onder de titel Het achterhuis, met delen uit die roman én uit haar dagboek én de verhaaltjes.) Ze is nog maar net vijftien jaar, maar heeft al een bewonderenswaardige grip op zichzelf. Waar de meeste puberdagboeken, naar mijn indruk, vooral bestaan uit eindeloze reeksen kreten over hoe slecht de wereld is, en hoe verliefd ze zijn op Pietje, schrijft Anne aan haar tafeltje proza.

Je krijgt het idee dat je,zelfs als je niets zou weten over het einde, nog steeds onder de indruk zou zijn van dat proza. Ik ken in ieder geval geen andere voorbeelden waarin de wereld uit de ogen van een veertienjarige wordt beschreven, door een veertienjarige. Ze maakt al die gevoelens mee, maar ze heeft de macht over de taal, en de mogelijkheden tot zelfreflectie die Het achterhuis ver doen uitstijgen boven het puberdagboek.

Dat is natuurlijk een absurd idee. Als ze niet had hoeven onderduiken, had ze het leven geleid van een pubermeisje, een 'bakvis', en was haar ontwikkeling waarschijnlijk niet zo versneld. Omgekeerd werpt haar dood een doem over het geheel, over al het optimisme en het pessimisme, over alle beschrijvingen van gekibbel en van verliefdheid, van al dat streven om een bekende schrijfster te worden. 

Toch zou, denk ik nu, een studie van hoe zo'n snelle groei in zulke uitzonderlijke omstandigheden eigenlijk mogelijk is,wel welkom zijn.

Ik weet niet hoe vaak ik Het Achterhuis inmiddels gelezen heb: ik schat een keer of vijf.  Ik lees het natuurlijk steeds in andere fasen van mijn eigen leven. De eerste keer was ik van Annes leeftijd, misschien iets jonger. Inmiddels ben ik (iets) ouder dan OttoFrank tijdens de onderduik, ongeveer van zijn leeftijd als hij het dagboek van zijn dochter uitgeeft. Onwillekeurig leest een mens dan de passages over de vader met andere ogen: de enorme liefde die Anne voor hem heeft, zijn poging om de oorlog door te komen door zichzelf Engels te leren aan de hand van Charles Dickens, het eigenaardige feit dat hij op een bepaald moment ineens zijn dochter ging uitleggen wat een prostituée was. (Zou weleens onderzocht zijn waar dat op slaat?) 

Hij heeft zijn dochter, samen met zijn vrouw (al komt die er veel minder goed vanaf in de dagboeken) een geweldige opvoeding gegeven, was een heel beschaafd man. Dat hem dit alles heeft moeten overkomen, is ook slecht te verteren.

Intrigerend vond ik ook de talen in het Achterhuis. De volwassenen waren allemaal van geboorte Duitsers, maar je krijgt de indruk dat ze hun best deden Nederlands te praten. Misschien vanwege de kinderen, misschien ook omdat het Duits besmet was.  Anne geeft alleen als het emotioneel weer, iets in het Duits weer (donnerwetter). Tegelijkertijd: als ze een sinterklaasgedicht opneemt dat ze samen met har vader geschreven heeft, lijkt me dat heel duidelijk in een vertaald Duits. Ook heeft Anne kennelijk in het Duits gebeden, terwijl volkomen duidelijk is dat haar Nederlands op het niveau was van haar Nederlandse leeftijdgenoten.

Nee. Hoger.


Reacties