Elisabeth Steinz. De kleine Steinz. De Bezige Bij, 2024

 


De afgelopen dagen heb ik een van de wonderlijkste Nederlandse romans van de afgelopen jaren gelezen: De kleine Steinz van Elisabeth Steinz. 

Het is altijd gevaarlijk om in een tekst te spreken over die tekst zelf, over het feit dat de lezer nu precies deze tekst aan het lezen is. Het vestigt de aandacht van die lezer op precies die tekst, trekt haar uit het verhaal, en dan moet je als schrijver wel sterk in je schoenen staan. Maar dat wordt nog sterker als je in dat boek mensen kritiek laat leveren op dat boek zelf:

In het kort, ging ze door, zit mijn aarzeling erin dat ik nergens in je verhaal verrast word, ik vind het, boud gezegd, saai.

De hoofdpersoon van De kleine Steinz heet Elisabeth Steinz. Net als de schrijfster. Ze is ook net als de schrijfster de halfzus van iemand die een boek heeft geschreven dat in ieder geval in de wandelgangen De dikke Steinz is gaan heten, een boek dat uitpuilt van de eruditie, zoals die halfbroer voor hij dood ging aan een slopende ziekte ook in allerlei andere opzichten een toonbeeld was van hoe je leven moest: sportief, een goede vader, wat niet al. Daar steek je mager bij af als je zelf kleiner en dikker bent, ook schrijver wil worden en dan zulke mails krijgt van je redacteur.

Een andere draad is dat Elisabeth al heel lang een relatie heeft met een Spaanse man. Ze hebben altijd in Amsterdam gewoond, maar nu wil die man toch wel heel graag terug naar zijn geboortedorp, Añe. Dat dorp bestaat echt, het heeft volgens Wikipedia 67 inwoners; er blijkt heel weinig te doen te zijn, maar de man ontpopt zich er tot milieuactivist en Elisabeth schrijft dus aan dat boek. Dat behalve over dit alles óók nog gaat over een wat schimmige relatie met een wat schimmige schrijver die tot zijn eigen schrik een redelijk populaire tv-presentator wordt. 

En kennelijk weet Elisabeth (de vertelster) zelfs met al die gegevens bij elkaar minstens één lezer niet te verrassen. De kleine Steinz is het verslag van een mislukking met tegelijkertijd de suggestie dat we die mislukking zitten te lezen.

In de paar recensies die er ongeveer een jaar geleden verschenen (De kleine Steinz werd eind 2024 gepubliceerd) lijkt het erop dat het voor lezers dan heel lastig wordt om fictie en werkelijkheid uit elkaar te houden. Als er zo nadrukkelijk in een boek dat De kleine Steinz heet staat dat een boek dat De kleine Steinz heet saai is, zal het toch wel zo zijn. Als de schrijver Elisabeth Steinz haar personage Elisabeth Steinz zo naar beneden haalt, dan zal er toch wel iets van waar zijn?

Maar dat gaat misschien allemaal wel iets te veel voorbij aan wat voor een krankzinnig spel hier gespeeld wordt, dat iemand in een overduidelijk gepubliceerd boek over dat boek zou zeggen:

Ik leg me er nu bij neer dat ik een saai talent heb. Ik ga terug naar de radio, ik ga doen alsof er nooit wat gebeurd is, ik ga doen alsof ik dit boek nooit heb geschreven, alsof ik in mijn verbeelding niet alles kapot heb gemaakt wat me lief is, alsof ik die wereld prima gescheiden kan houden en anderen me er ook niet op afrekenen wat erin gebeurt. Dat ik vrij kan zijn, zonder dat de wereld vergaat.

Er zijn natuurlijk veel schrijvers geweest die boeken schreven over schrijvers die een boek aan het schrijven waren over een schrijver. Maar dat iemand een boek schrijft over een mislukt boek en dan de suggestie wekt dat dit mislukte boek hetgene is dat de lezer nu in handen heeft, dat is toch wel heel bijzonder. Een bravourestuk. Ik heb me er geen moment bij verveeld. 


Reacties