Ellen Deckwitz. Metamorfosen. Poëziecentrum, 2026



Nicolaas Beets had in de negentiende eeuw al een hekel aan het woord prachtig – daar schreef ik gisteren al over. Hij vond het een modieus prietpraatwoord. Terwijl het Nederlands woorden had zoals bevallig en schilderachtig, noemde iedereen alles maar prachtig. Dat blijkt uit de bloemlezing van Beets' gedichten die Rick Honings samenstelde.

Wie die bloemlezing deze week in de boekhandel koopt, krijgt er gratis Ellen Deckwitz' poëziegeschenk Metamorfosen bij. Deckwitz heeft het in interviews al een break-up-bundel genoemd. In 9 'metamorfosen' wordt beschreven hoe iemand zich almaar transformeert tussen het moment dat de geliefde een ander blijkt te hebben en het moment dat ze een paar jaar later met een wc-rol onder de arm de campingtoiletten instapt en merkt dat het nu echt over is.

En in de zevende metamorfose komt het woord prachtig voor op een manier die Beets plezier had gedaan, die voorbij gaat aan wat Beets bedoelde:

Zevende Metamorfose

Ik bleef mezelf schenken
aan een ander tot mijn laatste snik

terwijl ik ergens ook wel wist
dat het ooit moest stoppen.

Wanneer een prachtige hand
die vastzat aan een prachtige
pols met daaromheen een prachtig
roestvrijstalen horloge

me in mijn nekvel zou grijpen
om me te proppen in een juten zak.

Een prachtige stem zou dan zeggen
dat het niet persoonlijk is,

vervolgens de vrije val, de klap
op het water en het zinken,

kille zwaartekracht die zich traag
nestelt in mijn kleren.

Door het jute dringen trossen
luchtbellen naar binnen. Een applaus
aan zuurstof om hoe leuk ik
meedeed,

hoe sportief ik mezelf erbij neerlegde
dat niets voor eeuwig is.

Prachtig is hier een kwaliteit van het sinistere, van het gevaar dat de ik aangaat door zich almaar aan anderen te 'schenken'. Prachtig is een woord dat alleen de buitenkant beschrijft, en dat dan weer zonder ook maar enig detail te noemen. Je weent alleen dat het prachtig genoemde kennelijk heel indrukwekkend is, maar er wordt je op geen enkele manier meegedeeld waarom dat zo is. Het benoemt alleen maar de oppervlakte van de oppervlakte.

Uit het Woordenboek der Nederlandsche Taal en de Etymologiebank valt af te leiden dat de oudste betekenissen van prachtig 'aanmatigend' en 'pronkzuchtig' zijn. Dat gaat om betekenissen uit de zestiende eeuw, dus ruim drie eeuwen voor Beets, en vierenhalf voor Deckwitz. Het wordt nog altijd gebruikt door mensen die een uitzonderlijke schoonheidsbeleving willen uitdrukken, en ik gebruik het zelf ook op die manier. Maar het woord heeft ook altijd iets suspects gehad.

Reacties