Sylvia Serfaty. Des équations personelles. Flammarion, 2026

 


De titel van het boek Des équations personelles van de Franse wiskundige Sylvia Serfaty is wat merkwaardig gekozen. Het boek bevat helemaal geen enkele wiskundige vergelijking of andere formule, wat voor soort wiskunde ze nu precies doet, komen we niet te weten; en heel persoonlijk wil het ook niet worden. Als ze zichzelf de vraag stelt wat een wiskundige zoals doet de hele dag, vertelt ze dat die niet alleen maar zit na te denken, maar ook bijvoorbeeld college geeft en administratie doet. Tja. En het antwoord op de vraag wat haar nu zo aantrekt in die wiskunde is vooral dat je er goed bij kunt nadenken.

Nog een eigenaardigheid vind ik dat Serfaty zoveel met haar vak bezig is, dat ze nauwelijks iets lijkt te weten van wat zich daarbuiten afspeelt. Ja, ze citeert af en toe Camus, maar dat kan nu eenmaal niet anders wanneer je een intellectueel boek schrijft in het Frans. Maar ze heeft bijvoorbeeld een heel naïef beeld van allerlei andere wetenschapsgebieden, ze denkt dat de wiskunde het enige is dat verkeerd begrepen wordt door niet-wiskundigen. En ze vertelt het soort anekdotes over wiskundige dat in iedere discipline rondgaat zonder dat ze zich dat lijkt te beseffen: dat van de briljante geest die bij iedere lezing in slaap valt, maar daarna de briljantste vragen stelt (ik ken al twee taalkundigen over wie dat wordt verteld). Of dat van de geleerde wiens kamer een grote chaos is waarin hij moeiteloos de weg vindt als hij een artikel opzoekt (daarvan ken ik er minstens tien).

Toch is Des équations personelles bij vlagen best interessant, bijvoorbeeld waar ze schrijft over het belang van schrijven voor de wiskundige:

Le mathématicien travaille en réalité comme un écrivain : la phase de rédaction est totalement inséparable de la phase de recherche. Il s’agit de passer des idées vagues aux idées décantées, formalisées, concrétisées, entièrement explicitées. Je trouve d’ailleurs que l’expérience d’écrire ce livre n’est pas si étrangère à ce que j’ai l’habitude de faire.

Zo beschrijft ze ook dat de moeilijkheden van dat schrijven sommige wiskundigen, vooral als ze dat eenmaal niet meer echt hoeven, afhouden van het publiceren. 

Et si la preuve est là mais qu’elle semble infiniment difficile à écrire, il y a de quoi se demander : à quoi bon ? Combien de personnes liront ce texte, combien seront intéressées ? De toute manière, dans le meilleur des cas, le nombre de personnes qui peuvent vraiment suivre un travail mathématique à un moment donné est réduit à quelques dizaines, peut-être quelques centaines et la communauté susceptible d’avoir envie de le suivre de loin à quelques milliers.

Interessant in dat verband is dat  Des équations personelles eindigt met een reflectie over wat AI zal betekenen voor de toekomst van de wiskunde. Zal dit spel, na schaak en go, ook geautomatiseerd worden? Je krijgt de indruk dat Serfaty zelf denkt dat het de wiskundige vooral zal verlossen van de moeite het allemaal op te schrijven – dat kan zo'n large language model wel even doen.

Dat roept dan weer de vraag op waarom Serfaty dit boek eigenlijk geschreven heeft. Ja, om nu eens voor meer dan 'een paar dozijn' mensen te schrijven. Maar tegelijkertijd lijkt ze dus nauwelijks in haar publiek geïnteresseerd, en ook niet van zin hen uit te leggen wat die fascinerende wiskunde die ze doet eigenlijk is. Dat maakt het voor de buitenstaander die best graag eens de wereld door de ogen van een briljante wiskundige zou zien, wat teleurstellend.


Reacties